مَكْتُوبًا عِندَهُمْ فِى ٱلتَّوْرَىٰةِ وَٱلْإِنجِيل
Staat de Profeet ﷺ in de eerdere heilige boeken?
Wat de Koran zegt over de Tora en het Evangelie, wat er met die boeken is gebeurd, en wat de sahieh-overleveringen en de salaf daarover zeggen.
التَّوْرَاةُ وَالْإِنْجِيلُ
De Bijbel en de Koran
En de Profeet ﷺ in de eerdere heilige boeken, met bewijs uit de openbaring.
1 · Waarom dit onderwerp
Wanneer de joden van Medina de Profeet ﷺ zagen, dan herkenden sommigen hem uit hun eigen geschriften. De Koran vertelt dat niet terloops, maar als een teken: de eerdere boeken spreken over hem.
Deze pagina zet het bewijs in de vaste volgorde: eerst de Koran, dan de sahieh-overleveringen, dan de uitspraken van de metgezellen, en dan de uitleg van de salaf. Daarna komt eerlijk aan de orde wat de Koran zegt over de Tora en het Evangelie, en wat er met die boeken is gebeurd.
Wij gebruiken de Bijbel niet als bron voor godsdienstige uitspraken. Onze bron is de openbaring: de Koran en de sahieh-soennah.
2 · Bewijzen uit de Koran
Woorden van Allah · Koran, soera al-A‘raf 7:157
ٱلَّذِينَ يَتَّبِعُونَ ٱلرَّسُولَ ٱلنَّبِىَّ ٱلْأُمِّىَّ ٱلَّذِى يَجِدُونَهُۥ مَكْتُوبًا عِندَهُمْ فِى ٱلتَّوْرَىٰةِ وَٱلْإِنجِيلِ يَأْمُرُهُم بِٱلْمَعْرُوفِ وَيَنْهَىٰهُمْ عَنِ ٱلْمُنكَرِ وَيُحِلُّ لَهُمُ ٱلطَّيِّبَٰتِ وَيُحَرِّمُ عَلَيْهِمُ ٱلْخَبَٰٓئِثَ وَيَضَعُ عَنْهُمْ إِصْرَهُمْ وَٱلْأَغْلَٰلَ ٱلَّتِى كَانَتْ عَلَيْهِمْ ۚ فَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِهِۦ وَعَزَّرُوهُ وَنَصَرُوهُ وَٱتَّبَعُوا۟ ٱلنُّورَ ٱلَّذِىٓ أُنزِلَ مَعَهُۥٓ ۙ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ
“Degenen die de Boodschapper volgen, de Profeet, de ongeletterde, die zij bij hen geschreven vinden in de Tora en het Evangelie; hij beveelt hun het goede en verbiedt hun het slechte, en hij maakt hun de reine zaken toegestaan en verbiedt hun de onreine, en hij legt hun lasten af en de boeien die op hen waren. Wie dan in hem geloven, hem eren, hem steunen en het licht volgen dat met hem is neergezonden: zij zijn degenen die slagen.”
Bron: Koran 7:157
De kern: de Profeet ﷺ wordt hier beschreven als degene die de mensen van het boek in hun eigen geschriften geschreven vinden, in de Tora en het Evangelie samen.
Woorden van Allah · Koran, soera as-Saff 61:6
وَإِذْ قَالَ عِيسَى ٱبْنُ مَرْيَمَ يَٰبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ إِنِّى رَسُولُ ٱللَّهِ إِلَيْكُم مُّصَدِّقًۭا لِّمَا بَيْنَ يَدَىَّ مِنَ ٱلتَّوْرَىٰةِ وَمُبَشِّرًۢا بِرَسُولٍۢ يَأْتِى مِنۢ بَعْدِى ٱسْمُهُۥٓ أَحْمَدُ ۖ فَلَمَّا جَآءَهُم بِٱلْبَيِّنَٰتِ قَالُوا۟ هَٰذَا سِحْرٌۭ مُّبِينٌۭ
“En toen ‘Isa, de zoon van Maryam, zei: O kinderen van Israël, ik ben de boodschapper van Allah tot jullie, ter bevestiging van wat vóór mij kwam van de Tora, en als verkondiger van een boodschapper die na mij komt, wiens naam Ahmad is. Toen hij dan met de duidelijke bewijzen tot hen kwam, zeiden zij: dit is duidelijke toverij.”
Bron: Koran 61:6
De kern: ‘Isa (vrede zij met hem) heeft hem bij naam aangekondigd: Ahmad, de andere naam van de Profeet Muhammad ﷺ.
Woorden van Allah · Koran, soera asj-Sjo‘araa’ 26:196-197
وَإِنَّهُۥ لَفِى زُبُرِ ٱلْأَوَّلِينَ · أَوَلَمْ يَكُن لَّهُمْ ءَايَةً أَن يَعْلَمَهُۥ عُلَمَٰٓؤُا۟ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ
“En hij (de Koran) staat zeker in de geschriften van de eerdere volkeren. Is het voor hen geen teken dat de geleerden van de Kinderen van Israël hem kennen?”
Bron: Koran 26:196-197
Woorden van Allah · Koran, soera al-Fath 48:29
مُّحَمَّدٌۭ رَّسُولُ ٱللَّهِ ۚ وَٱلَّذِينَ مَعَهُۥٓ أَشِدَّآءُ عَلَى ٱلْكُفَّارِ رُحَمَآءُ بَيْنَهُمْ ۖ تَرَىٰهُمْ رُكَّعًۭا سُجَّدًۭا يَبْتَغُونَ فَضْلًۭا مِّنَ ٱللَّهِ وَرِضْوَٰنًۭا ۖ سِيمَاهُمْ فِى وُجُوهِهِم مِّنْ أَثَرِ ٱلسُّجُودِ ۚ ذَٰلِكَ مَثَلُهُمْ فِى ٱلتَّوْرَىٰةِ ۚ وَمَثَلُهُمْ فِى ٱلْإِنجِيلِ كَزَرْعٍ أَخْرَجَ شَطْـَٔهُۥ فَـَٔازَرَهُۥ فَٱسْتَغْلَظَ فَٱسْتَوَىٰ عَلَىٰ سُوقِهِۦ يُعْجِبُ ٱلزُّرَّاعَ لِيَغِيظَ بِهِمُ ٱلْكُفَّارَ ۗ وَعَدَ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ مِنْهُم مَّغْفِرَةًۭ وَأَجْرًا عَظِيمًۢا
“Muhammad is de boodschapper van Allah, en degenen die met hem zijn, zijn streng tegen de ongelovigen en barmhartig onder elkaar. Dat is hun beschrijving in de Tora, en hun beschrijving in het Evangelie, als een gewas dat zijn scheuten uitslaat en stevig wordt.”
Bron: Koran 48:29
Woorden van Allah · Koran, soera al-Baqarah 2:146
ٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَٰهُمُ ٱلْكِتَٰبَ يَعْرِفُونَهُۥ كَمَا يَعْرِفُونَ أَبْنَآءَهُمْ ۖ وَإِنَّ فَرِيقًۭا مِّنْهُمْ لَيَكْتُمُونَ ٱلْحَقَّ وَهُمْ يَعْلَمُونَ
“Degenen aan wie Wij het Boek hebben gegeven, kennen hem zoals zij hun eigen zonen kennen. En toch verbergt een groep van hen de waarheid, terwijl zij het weten.”
Bron: Koran 2:146
De les: de herkenning was er. Wie de waarheid daarna nog verbergt, doet dat tegen beter weten in.
3 · De sahieh-overleveringen
Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 7362
كَانَ أَهْلُ الْكِتَابِ يَقْرَؤُونَ التَّوْرَاةَ بِالْعِبْرَانِيَّةِ، وَيُفَسِّرُونَهَا بِالْعَرَبِيَّةِ لِأَهْلِ الْإِسْلَامِ، فَقَالَ رَسُولُ اللهِ صلى الله عليه وسلم: لَا تُصَدِّقُوا أَهْلَ الْكِتَابِ، وَلَا تُكَذِّبُوهُمْ، وَقُولُوا: آمَنَّا بِاللهِ وَمَا أُنْزِلَ إِلَيْنَا وَمَا أُنْزِلَ إِلْيْكُمُ الْآيَة
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde: de mensen van het boek lazen de Tora in het Hebreeuws en legden haar in het Arabisch uit aan de moslims. Toen zei de Boodschapper van Allah ﷺ: “Geloof de mensen van het boek niet en verwerp hen niet, maar zeg: wij geloven in Allah en in wat aan ons is neergezonden.”
Bron: Sahieh al-Boekhaarie 7362sahieh
Dit is de vaste regel voor alles wat de mensen van het boek vertellen: wat de openbaring bevestigt nemen wij aan, wat daarmee in strijd is verwerpen wij, en wat wij niet kunnen wegen laten wij onbeslist.
Uitspraak van de Profeet ﷺ · Moesnad Ahmad 16984
أُنْزِلَتْ صُحُفُ إِبْرَاهِيمَ عليه السلام فِي أَوَّلِ لَيْلَةٍ مِنْ رَمَضَانَ، وَأُنْزِلَتِ التَّوْرَاةُ لِسِتٍّ مَضَيْنَ مِنْ رَمَضَانَ، وَالْإِنْجِيلُ لِثَلَاثَ عَشْرَةَ خَلَتْ مِنْ رَمَضَانَ، وَأُنْزِلَ الْفُرْقَانُ لِأَرْبَعٍ وَعِشْرِينَ خَلَتْ مِنْ رَمَضَان
Wathilah ibn al-Asqa‘ (moge Allah tevreden met hem zijn) overleverde dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “De bladen van Ibraahiem werden neergezonden in de eerste nacht van Ramadan, de Tora na zes nachten van Ramadan, het Evangelie na dertien nachten van Ramadan, en de Foeqraan (de Koran) na vierentwintig nachten van Ramadan.”
Bronnen: Moesnad Ahmad 16984hasan · al-Albaanie, Sahieh al-Djaami' 1497: hasan
Uitspraak van de Profeet ﷺ in een overlevering · Moesnad Ahmad 23492
أَنْشُدُكَ بِالَّذِي أَنْزَلَ التَّوْرَاةَ، هَلْ تَجِدُ فِي كِتَابِكَ ذَا صِفَتِي وَمَخْرَجِي؟ فَقَالَ ابْنُهُ: إِي وَالَّذِي أَنْزَلَ التَّوْرَاةَ، إِنَّا لَنَجِدُ فِي كِتَابِنَا صِفَتَكَ وَمَخْرَجَكَ، وَأَشْهَدُ أَنَّ لَا إِلَهَ إِلَّا اللهُ وَأَنَّكَ رَسُولُ الله
Een man van de bedoeïenen vertelde dat hij de Profeet ﷺ volgde en hem bij een jood zag die de Tora open had geslagen. De Profeet ﷺ zei tegen hem: “Ik bezweer je bij Degene die de Tora heeft neergezonden: vind je in jouw boek mijn beschrijving en mijn komst?” De man gebaarde van nee. Toen zei zijn zoon: “Jazeker, bij Degene die de Tora heeft neergezonden, wij vinden in ons boek jouw beschrijving en jouw komst, en ik getuig dat er geen godheid is dan Allah en dat jij de boodschapper van Allah bent.”
Bronnen: Moesnad Ahmad 23492sahieh · al-Albaanie, as-Silsilah as-Sahiehah 3269: sahieh
Uitspraak van de Profeet ﷺ · Moesnad Ahmad 15156
أَنَّ عُمَرَ بْنَ الْخَطَّابِ أَتَى النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم بِكِتَابٍ أَصَابَهُ مِنْ بَعْضِ أَهْلِ الْكُتُبِ (1)، فَقَرَأَهُ عَلَى (2) النَّبِيُّ صلى الله عليه وسلم فَغَضِبَ وَقَالَ: " أَمُتَهَوِّكُونَ فِيهَا يَا ابْنَ الْخَطَّابِ، وَالَّذِي نَفْسِي بِيَدِهِ، لَقَدْ جِئْتُكُمْ بِهَا بَيْضَاءَ نَقِيَّةً، لَا تَسْأَلُوهُمْ عَنْ شَيْءٍ فَيُخْبِرُوكُمْ بِحَقٍّ فَتُكَذِّبُوا بِهِ، أَوْ بِبَاطِلٍ فَتُصَدِّقُوا بِهِ، وَالَّذِي نَفْسِي بِيَدِهِ، لَوْ أَنَّ مُوسَى كَانَ حَيًّا، مَا وَسِعَهُ إِلَّا أَنْ يَتْبَعَنِي
Djabir ibn ‘Abdillaah (moge Allah tevreden met hem zijn) overleverde dat ‘Omar ibn al-Chattaab bij de Profeet ﷺ kwam met een boek dat hij van de mensen van het boek had gekregen. De Profeet ﷺ las het en werd boos. Hij zei: “Zijn jullie in verwarring geraakt, o zoon van al-Chattaab? Bij Degene in Wiens hand mijn ziel is, ik ben tot jullie gekomen met iets helders en zuivers. Vraag hen niets, want zij kunnen jullie iets van de waarheid vertellen en dan verwerpen jullie het, of iets van de leugen en dan geloven jullie het. Bij Degene in Wiens hand mijn ziel is: als Moesa leefde, dan zou hij niets anders kunnen dan mij volgen.”
Bronnen: Moesnad Ahmad 15156hasan · al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 1589: hasan
Over de graad: de keten van deze overlevering gaat via Moejaalid ibn Sa‘ied, en in hem zit zwakte. De geleerden keken niet alleen naar die ene keten: dezelfde betekenis komt via meerdere wegen, en daarom is de overlevering bij al-Albaanie hasan. Een oordeel hoort bij een keten, niet bij een tekst.
4 · De uitspraak van de metgezellen
Uitspraak van ‘Abdillaah ibn ‘Abbaas · Sahieh al-Boekhaarie 6929
كَيْفَ تَسْأَلُونَ أَهْلَ الْكِتَابِ عَنْ شَيْءٍ، وَكِتَابُكُمُ الَّذِي أُنْزِلَ عَلَى رَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم أَحْدَثُ، تقرؤونه مَحْضًا لَمْ يُشَبْ، وَقَدْ حَدَّثَكُمْ أَنَّ أَهْلَ الْكِتَابِ بَدَّلُوا كِتَابَ اللَّهِ وَغَيَّرُوهُ، وَكَتَبُوا بِأَيْدِيهِمُ الْكِتَابَ، وَقَالُوا: هُوَ مِنْ عِنْدِ اللَّهِ لِيَشْتَرُوا بِهِ ثَمَنًا قَلِيلا؟ أَلَا يَنْهَاكُمْ مَا جَاءَكُمْ مِنَ الْعِلْمِ عَنْ مَسْأَلَتِهِمْ؟
‘Abdillaah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Hoe kunnen jullie de mensen van het boek nog iets vragen, terwijl jullie Boek dat aan de Boodschapper van Allah ﷺ is neergezonden het nieuwste is? Jullie lezen het zuiver, zonder vermenging. En Hij heeft jullie verteld dat de mensen van het boek het Boek van Allah hebben veranderd en vervalst, en met hun eigen handen het boek hebben geschreven en zeiden: dit is van Allah, om er een geringe prijs voor te krijgen. Verbiedt de kennis die tot jullie is gekomen jullie dan niet om hen te vragen?”
Bron: Sahieh al-Boekhaarie 6929sahieh
Dezelfde uitspraak staat ook in Sahieh al-Boekhaarie 7363 en 7522.
5 · De uitleg van de salaf
As-Sa‘die (moge Allah hem genadig zijn) legt vers 7:157 uit in zijn tafsier:
الَّذِي يَجِدُونَهُ مَكْتُوبًا عِنْدَهُمْ فِي التَّوْرَاةِ وَالإنْجِيلِ باسمه وصفته
“Die zij bij hen geschreven vinden in de Tora en het Evangelie, met zijn naam en zijn beschrijving.”
Bron: As-Sa'die, Tafsier, deel 1, p. 305
Over vers 61:6 schrijft hij:
وَمُبَشِّرًا بِرَسُولٍ يَأْتِي مِنْ بَعْدِي اسْمُهُ أَحْمَدُ فَلَمَّا جَاءَهُمْ بِالْبَيِّنَاتِ قَالُوا هَذَا سِحْرٌ مُبِينٌ * وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ افْتَرَى عَلَى اللَّهِ الْكَذِبَ وَهُوَ يُدْعَى إِلَى الإسْلامِ وَاللَّهُ لا يَهْدِي الْقَوْمَ الظَّالِمِينَ * يُرِيدُونَ لِيُطْفِئُوا نُورَ اللَّهِ بِأَفْوَاهِهِمْ وَاللَّهُ مُتِمُّ نُورِهِ وَلَوْ كَرِهَ الْكَافِرُونَ * هُوَ الَّذِي أَرْسَلَ رَسُولَهُ بِالْهُدَى وَدِينِ الْحَقِّ لِيُظْهِرَهُ عَلَى الدِّينِ كُلِّهِ وَلَوْ كَرِهَ الْمُشْرِكُونَ . يقول تعالى مخبرا عن عناد بني إسرائيل المتقدمين، الذين دعاهم عيسى ابن مريم، وقال لهم: يَا بَنِي إِسْرَائِيلَ إِنِّي رَسُولُ اللَّهِ إِلَيْكُمْ أي: أرسلني الله لأدعوكم إلى الخير وأنهاكم عن الشر، [وأيدني بالبراهين الظاهرة] ، ومما يدل على صدقي، كوني، مُصَدِّقًا لِمَا بَيْنَ يَدَيَّ مِنَ التَّوْرَاةِ أي: جئت بما جاء به موسى من التوراة والشرائع السماوية، ولو كنت مدعيا للنبوة، لجئت بغير ما جاءت به المرسلون، ومصدقا لما بين يدي من التوارة أيضا، أنها أخبرت بي وبشرت، فجئت وبعثت مصداقا لها ومبشرا برسول يأتي من بعدي اسمه أحمد وهو: محمد بن عبد الله بن عبد المطلب النبي الهاشمي
“En als verkondiger van een boodschapper die na mij komt wiens naam Ahmad is: dat is Moehammad ibn ‘Abdillaah ibn ‘Abd al-Moettalib, de Hasjimitische profeet.”
Bron: As-Sa'die, Tafsier, deel 1, p. 859
Ibn Kathier (moge Allah hem genadig zijn) schrijft over de verzen 26:196-197 dat de vermelding van de Koran in de eerdere geschriften vaststaat:
وَإِن ذِكْرَ هَذَا الْقُرْآنِ وَالتَّنْوِيهَ بِهِ لَمَوْجُودٌ فِي كُتُبِ الْأَوَّلِينَ الْمَأْثُورَةِ عَنْ أَنْبِيَائِهِمُ، الَّذِينَ بَشَّرُوا بِهِ فِي قَدِيمِ الدَّهْرِ وَحَدِيثِه
“De vermelding van deze Koran en de aankondiging ervan staat in de boeken van de eerdere volkeren, die er in oude en latere tijden mee verkondigd hebben.” Hij noemt daarna degenen die het erkenden, onder wie ‘Abdillaah ibn Salaam en Salmaan al-Faarisie.
Bron: Ibn Kathier, Moekhtasar Tafsier, deel 2, p. 659
At-Tabarie (moge Allah hem genadig zijn) legt uit wat het betekent dat de gelovigen hem eren en steunen:
فالذين صدَّقوا بالنبي الأميِّ، وأقروا بنبوته، وَعَزَّرُوهُ. يقولُ: وقَّروه وعظَّموه وحَمَوْه من الناس
“Degenen die de ongeletterde profeet geloofden, zijn profeetschap erkenden en hem steunden: zij vereerden hem, verheerlijkten hem en beschermden hem tegen de mensen.”
Bron: At-Tabarie, Tafsier, deel 10, p. 497
6 · De Bijbel en de Koran
Wat de Koran over de Tora en het Evangelie zegt
De Koran bevestigt dat de Tora en het Evangelie openbaringen van Allah zijn, met leiding en licht.
نَزَّلَ عَلَيْكَ ٱلْكِتَٰبَ بِٱلْحَقِّ مُصَدِّقًۭا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ وَأَنزَلَ ٱلتَّوْرَىٰةَ وَٱلْإِنجِيلَ
“Hij heeft aan jou het Boek neergezonden met de waarheid, ter bevestiging van wat ervóór kwam, en Hij heeft de Tora en het Evangelie neergezonden.” (Koran 3:3)
إِنَّآ أَنزَلْنَا ٱلتَّوْرَىٰةَ فِيهَا هُدًۭى وَنُورٌۭ
“Wij hebben de Tora neergezonden, daarin is leiding en licht.” (Koran 5:44)
وَءَاتَيْنَٰهُ ٱلْإِنجِيلَ فِيهِ هُدًۭى وَنُورٌۭ وَمُصَدِّقًۭا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ مِنَ ٱلتَّوْرَىٰةِ
“En Wij gaven hem het Evangelie, daarin is leiding en licht, ter bevestiging van wat ervóór hem kwam van de Tora.” (Koran 5:46)
وَأَنزَلْنَآ إِلَيْكَ ٱلْكِتَٰبَ بِٱلْحَقِّ مُصَدِّقًۭا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ مِنَ ٱلْكِتَٰبِ وَمُهَيْمِنًا عَلَيْهِ
“En Wij hebben aan jou het Boek neergezonden met de waarheid, ter bevestiging van het Boek dat ervóór was, en als bewaker daarover.” (Koran 5:48)
قُلْ يَٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَٰبِ لَسْتُمْ عَلَىٰ شَىْءٍ حَتَّىٰ تُقِيمُوا۟ ٱلتَّوْرَىٰةَ وَٱلْإِنجِيلَ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيْكُم مِّن رَّبِّكُمْ
“Zeg: o mensen van het boek, jullie staan nergens op voordat jullie de Tora en het Evangelie en wat aan jullie van jullie Heer is neergezonden, naleven.” (Koran 5:68)
Bronnen: Koran 3:3 · Koran 5:44 · Koran 5:46 · Koran 5:48 · Koran 5:68
Wat er met die boeken is gebeurd
De openbaringen kwamen zuiver. Daarna hebben mensen ze veranderd. De Koran noemt dat met een eigen woord: التَّحْرِيف (at-tahrief), het verdraaien.
De betekenis van at-tahrief
In de sharie‘ah: as-Sa‘die legt uit dat het gaat om het wegdraaien van de woorden van hun plaats, en dat het zowel de woorden als de betekenissen omvat: “dit omvat het verdraaien van zijn woorden en zijn betekenissen.” En over de mensen die het Woord van Allah hoorden en daarna veranderden: “zij verdraaiden het Woord van Allah nadat zij het hadden begrepen en gekend, en zetten er betekenissen op die Allah niet had bedoeld.”
Bronnen: As-Sa'die, Tafsier, deel 1, p. 136 · As-Sa'die, Tafsier, deel 1, p. 56
۞ أَفَتَطْمَعُونَ أَن يُؤْمِنُوا۟ لَكُمْ وَقَدْ كَانَ فَرِيقٌۭ مِّنْهُمْ يَسْمَعُونَ كَلَٰمَ ٱللَّهِ ثُمَّ يُحَرِّفُونَهُۥ مِنۢ بَعْدِ مَا عَقَلُوهُ وَهُمْ يَعْلَمُونَ
“Hopen jullie dat zij voor jullie zullen geloven, terwijl een groep van hen het Woord van Allah hoorde en het daarna verdraaide, nadat zij het begrepen hadden, en zij weten het?” (Koran 2:75)
فَوَيْلٌۭ لِّلَّذِينَ يَكْتُبُونَ ٱلْكِتَٰبَ بِأَيْدِيهِمْ ثُمَّ يَقُولُونَ هَٰذَا مِنْ عِندِ ٱللَّهِ لِيَشْتَرُوا۟ بِهِۦ ثَمَنًۭا قَلِيلًۭا
“Wee degenen die het Boek met hun eigen handen schrijven en dan zeggen: dit is van Allah, om er een geringe prijs mee te verdienen.” (Koran 2:79)
مِّنَ ٱلَّذِينَ هَادُوا۟ يُحَرِّفُونَ ٱلْكَلِمَ عَن مَّوَاضِعِهِۦ
“Onder degenen die joods zijn, zijn er die de woorden van hun plaatsen verdraaien.” (Koran 4:46)
ۭ
“Zij verdraaien de woorden nadat zij op hun plaatsen waren gezet.” (Koran 5:41)
Bronnen: Koran 2:75 · Koran 2:79 · Koran 4:46 · Koran 5:41
De conclusie: de oorspronkelijke Tora en het oorspronkelijke Evangelie waren waarheid van Allah, met leiding en licht. Wat de mensen daarna met hun eigen handen hebben geschreven en veranderd is dat niet meer. Daarom is de Koran de maatstaf: hij bevestigt wat ervan overeenkomt met de openbaring en hij is er de bewaker over.
Hoe wij met de mensen van het boek omgaan
De regel van de Profeet ﷺ is duidelijk: geloof niet en verwerp niet (al-Boekhaarie 7362, hierboven). De Koran leert ons daarnaast de goede omgang en erkent de oprechten onder hen.
۞ وَلَا تُجَٰدِلُوٓا۟ أَهْلَ ٱلْكِتَٰبِ إِلَّا بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ إِلَّا ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنْهُمْ ۖ وَقُولُوٓا۟ ءَامَنَّا بِٱلَّذِىٓ أُنزِلَ إِلَيْنَا وَأُنزِلَ إِلَيْكُمْ وَإِلَٰهُنَا وَإِلَٰهُكُمْ وَٰحِدٌۭ وَنَحْنُ لَهُۥ مُسْلِمُونَ
“En twist niet met de mensen van het boek, behalve op de wijze die het beste is, tegen degenen onder hen die onrechtvaardig zijn. En zeg: wij geloven in wat aan ons is neergezonden en aan jullie is neergezonden, en onze god en jullie god is één, en wij zijn ons aan Hem overgegeven.” (Koran 29:46)
وَإِنَّ مِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَٰبِ لَمَن يُؤْمِنُ بِٱللَّهِ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيْكُمْ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيْهِمْ خَٰشِعِينَ لِلَّهِ لَا يَشْتَرُونَ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ ثَمَنًۭا قَلِيلًا ۗ أُو۟لَٰٓئِكَ لَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ سَرِيعُ ٱلْحِسَابِ
“En onder de mensen van het boek zijn er die geloven in Allah en in wat aan jullie is neergezonden en aan hen is neergezonden, nederig voor Allah. Zij verkopen de verzen van Allah niet voor een geringe prijs. Zij krijgen hun loon bij hun Heer.” (Koran 3:199)
Bronnen: Koran 29:46 · Koran 3:199
Ons uitgangspunt volgt daaruit: wij beledigen geen mensen, wij wegen wat gezegd wordt. De Bijbel gebruiken wij niet als bron voor godsdienstige uitspraken: wat de openbaring bevestigt, nemen wij aan uit de Koran en de sahieh-soennah, en de rest laten wij rusten.
7 · Samenvatting
De Profeet ﷺ staat in de eerdere boeken. De Koran zegt het zelf (7:157), ‘Isa kondigde hem bij naam aan (61:6), en de geleerden van de Kinderen van Israël kenden hem (26:197). De sahieh-overleveringen laten zien hoe dat in de praktijk werkte: een joodse jongen las de beschrijving in de Tora en geloofde (Moesnad Ahmad 23492), en mensen van het boek vertelden en lazen uit hun geschriften aan de moslims (al-Boekhaarie 7362).
En tegelijk waarschuwde de openbaring. De mensen van het boek hebben hun boeken veranderd (2:75, 2:79, 4:46, 5:41), daarom vroeg de Profeet ﷺ niet aan hen en verbood hij het vragen om religieuze zaken (Moesnad Ahmad 15156), en leerde ‘Abdillaah ibn ‘Abbaas dat het Boek van de moslims het nieuwste en onvermengde Boek is (al-Boekhaarie 6929). De Koran is de bewaker over de eerdere boeken (5:48).
De weg blijft één: de Koran, de sahieh-soennah, het begrip van de metgezellen en de salaf. Wat daar niet in staat, zeggen wij niet. Staat het in de bron, dan noemen wij het, met de vindplaats erbij.
Bronnen: Koran 2:75, 2:79, 2:146, 3:3, 3:199, 4:46, 5:41, 5:44, 5:46, 5:48, 5:68, 7:157, 26:196-197, 29:46, 48:29, 61:6; Sahieh al-Boekhaarie 7362, 6929; Moesnad Ahmad 16984, 15156, 23492; al-Albaanie, Sahieh al-Djaami‘ 1497, as-Silsilah as-Sahiehah 3269, Irwaa’ al-Ghaliel 1589; at-Tabarie, Tafsier (10/497); Ibn Kathier, Moekhtasar Tafsier (2/659); as-Sa‘die, Tafsier (1/56, 1/136, 1/305, 1/859).