المصطلحات

Termen: taalkundig en islamitisch

Elk Arabisch woord heeft twee betekenissen: de taalkundige (wat het letterlijk betekent in het Arabisch) en de islamitische (de betekenis die de shari’ah eraan geeft). Beide zijn juist, maar op een ander niveau. Wie dit onderscheid niet kent, kan verkeerde conclusies trekken.

Wat is het verschil?

Taalkundig = de oorspronkelijke, letterlijke betekenis van het woord in de Arabische taal, zoals het woordenboek het geeft.
Islamitisch = de betekenis die Allah en Zijn boodschapper ﷺ en de geleerden aan het woord gegeven hebben in de shari’ah. De islamitische betekenis is preciezer en geldt voor de godsdienst.

الإسلام

Islaam

Taalkundige betekenis

Het Arabische werkwoord aslama betekent: zich overgeven, zich onderwerpen, in vrede overgeven.

Islamitische betekenis

De religie van onderwerping aan Allah: getuigen dat er geen god is dan Allah en dat Muhammad Zijn boodschapper is, het gebed verrichten, de zakaat betalen, de ramadan vasten en de hadj maken als men daartoe in staat is (de vijf zuilen).

Bron: Moeslim 8 (hadieth van Djibriel); Ibn ‘Oethaymien, al-Oesoel min ‘ilm al-Oesoel

الإيمان

Imaan

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord aamana: geloven, vertrouwen, in vrede stellen. Taalkundig betekent het: bevestiging (tasdieq) in het hart.

Islamitische betekenis

Het geloof in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn boodschappers, de Laatste Dag en de voorbestemming, met het hart, de tong en de daden. Het neemt toe met goede daden en af met zonden.

Bron: Moeslim 8; Ibn ‘Oethaymien, Sharh al-‘Aqiedah al-Waasitiyyah

الإحسان

Ihsaan

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord ahsana: goed doen, volmaakt handelen, schoonheid. Taalkundig: het verrichten van een handeling op de beste, meest volmaakte wijze.

Islamitische betekenis

De hoogste graad van de religie: dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet; en zie jij Hem niet, dan ziet Hij jou zeker. Ihsaan is de innerlijke volmaaktheid van aanbidding.

Bron: Boekhaarie 50, Moeslim 8; al-Baghawie, Sharh as-Soennah

التوحيد

Tawhied

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord wahhada: één maken, als één beschouwen. Taalkundig: het tot één maken van iets.

Islamitische betekenis

De eenheid van Allah bevestigen: dat alleen Allah het recht heeft aanbeden te worden, dat alleen Hij Heerser is en dat alleen Hij de Namen en Eigenschappen bezit die Hij en Zijn boodschapper bevestigd hebben.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, Sharh Thalaathat al-Oesoel; al-Qawaa‘id al-Muthlaa

الشرك

Shirk

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord ashraka: deelgenoot maken, laten meedelen. Taalkundig: iets laten delen in iets anders.

Islamitische betekenis

Iets of iemand naast Allah aanbidden of vereren met een vorm van aanbidding die alleen Allah toekomt. Het is de grootste zonde; Allah vergeeft niet dat men deelgenoten aan Hem toeschrijft.

Bron: Koran 4:48; Ibn ‘Oethaymien, Sharh Thalaathat al-Oesoel

الكفر

Kufr

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord kafara: bedekken, verbergen, ondankbaar zijn. Taalkundig: het bedekken van iets, het verbergen ervan.

Islamitische betekenis

Het ongeloof: het verwerpen van de waarheid en het niet erkennen van Allah en Zijn boodschapper. Er is groot kufr (dat iemand uit de religie haalt) en klein kufr (zoals ondankbaarheid), die niet uit de religie haalt.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, Sharh Thalaathat al-Oesoel; al-Qawaa‘id fi al-Kufr

السنة

Soennah

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord sanna: de weg banen, effenen. Taalkundig: de weg, de manier, de gangbare praktijk.

Islamitische betekenis

De weg van de Profeet ﷺ: zijn uitspraken, daden, stilzwijgende goedkeuringen en zijn karakter. Ook: het tegenovergestelde van bida’ah (nieuwigheid in de religie).

Bron: al-Baghawie, Sharh as-Soennah; Ibn ‘Oethaymien, Moestalah al-Hadieth

الحديث

Hadieth

Taalkundige betekenis

Taalkundig betekent hadieth: spraak, een nieuw bericht, een overlevering, een mededeling.

Islamitische betekenis

Een overlevering over de Profeet ﷺ: wat hij zei, deed, goedkeurde of beschreef. De hadieth is de tweede bron van de islamitische wetgeving na de Koran.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, Moestalah al-Hadieth

العقيدة

‘Aqiedah

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord ‘aqada: knopen, vastbinden, verbinden. Taalkundig: een hechte knoop, een vaste overtuiging waaraan het hart verbonden is.

Islamitische betekenis

De geloofsleer: de zaken van het geloof die men met zekerheid aanneemt, zonder twijfel, zoals het geloof in Allah, Zijn eigenschappen, de profeten en de Laatste Dag.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, Sharh al-‘Aqiedah al-Waasitiyyah

الصلاة

Salah (het gebed)

Taalkundige betekenis

Taalkundig betekent salah: smeekbede (doe‘aa), het vragen om vergeving, en het zegenen. In het Arabisch wordt de smeekbede “salah” genoemd.

Islamitische betekenis

De verplichte gebedshandeling met specifieke woorden en daden, op vaste tijden, die de moslim verricht als aanbidding aan Allah. De salah is de tweede zuil van de Islaam.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, al-Oesoel min ‘ilm al-Oesoel; at-Tibyaan fi Aadaab Hamalat al-Qur’aan

الزكاة

Zakaat

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord zakaa: groeien, zich vermeerderen, rein worden, gezegend worden. Taalkundig: groei, reinheid, zegening.

Islamitische betekenis

De verplichte liefdadigheid die de moslim van zijn vermogen geeft wanneer dat een bepaald minimum (nisaab) bereikt en een jaar in zijn bezit is. De zakaat is de derde zuil van de Islaam.

Bron: Koran 9:103; Ibn ‘Oethaymien, ash-Sharh al-Moemti‘

الصوم

Saum (vasten)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord saama: zich onthouden, zich inhouden. Taalkundig: het zich onthouden van iets.

Islamitische betekenis

Het zich onthouden van eten, drinken en alles wat het vasten breekt, van de dageraad tot de zonsondergang, met de intentie van aanbidding. Het vasten van de ramadan is de vierde zuil van de Islaam.

Bron: Koran 2:183-185; Ibn ‘Oethaymien, ash-Sharh al-Moemti‘

الحج

Hadj (de bedevaart)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord hadja: de intentie hebben om ergens naartoe te gaan, een doel bezoeken. Taalkundig: het reizen met een doel.

Islamitische betekenis

De bedevaart naar het Huis van Allah in Mekka, op de vastgestelde tijden, met specifieke rituelen (ihraam, ‘Arafaat, tawaaf, sa‘ie). De hadj is de vijfde zuil van de Islaam, verplicht voor wie daartoe in staat is.

Bron: Koran 3:97; Ibn ‘Oethaymien, Manaasik al-Hadj

الفقه

Fiqh

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord faqiha: begrijpen, doorgronden. Taalkundig: het begrip, het inzicht.

Islamitische betekenis

De kennis van de praktische regels van de shari’ah, afgeleid uit de Koran, de soennah en de uitspraken van de geleerden. Fiqh is het begrip van de godsdienst zoals de Profeet ﷺ bad om voor zijn metgezellen.

Bron: Boekhaarie 71 (wie Allah het goede wil geven); Ibn ‘Oethaymien, al-Oesoel min ‘ilm al-Oesoel

التوبة

Tawbah (berouw)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord taaba: terugkeren, terugkomen. Taalkundig: het terugkeren van iets naar zijn oorsprong.

Islamitische betekenis

Het terugkeren naar Allah na een zonde: stoppen met de zonde, spijt hebben, en de vaste intentie hebben om er niet naar terug te keren, plus, waar nodig, het herstellen van de rechten van anderen.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, Sharh Thalaathat al-Oesoel; Ibn al-Qayyim, Madarij as-Salikin

التقوى

Taqwaa

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord ittaqaa: zich beschermen, zich wapenen. Taalkundig: het nemen van een bescherming tussen jezelf en iets dat je vreest.

Islamitische betekenis

Het vrezen van Allah: het plaatsen van een bescherming tussen jezelf en de toorn van Allah door Zijn bevelen op te volgen en Zijn verboden te vermijden. Het wordt omschreven als: Allah aanbidden, alsof je Hem ziet, en Zijn gehoorzaamheid nastreven.

Bron: Koran 2:183; Ibn ‘Oethaymien, Sharh Thalaathat al-Oesoel

الدعاء

Doe‘aa (smeekbede)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord da‘aa: roepen, uitnodigen, aanroepen. Taalkundig: het roepen naar iemand, het aanroepen.

Islamitische betekenis

Het aanroepen van Allah met nederigheid en overgave. Doe‘aa is een vorm van aanbidding; de Profeet ﷺ noemde het “de kern van de aanbidding”. Er is doe‘aa van aanbidding en doe‘aa van het vragen.

Bron: Tirmidhie 3371 (de doe‘aa is de aanbidding); Ibn ‘Oethaymien

الذكر

Dhikr (het gedenken)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord dhakara: gedenken, noemen, vermelden. Taalkundig: het gedenken of noemen van iets.

Islamitische betekenis

Het gedenken van Allah met de tong en het hart: het uitspreken van lofprijzingen (tasbieh, tahmied, takbier), het lezen van de Koran en het vragen aan Allah. Dhikr is de levensader van het hart.

Bron: Koran 13:28; an-Nawawie, al-Adhkaar

النية

Niyyah (intentie)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord naawaa: van plan zijn, bedoelen. Taalkundig: het voornemen, de bedoeling, het doel.

Islamitische betekenis

De intentie in het hart waarmee men een daad verricht. De Profeet ﷺ zei: “Daden worden slechts beoordeeld op hun intenties.” De niyyah maakt het verschil tussen aanbidding en gewoonte.

Bron: Boekhaarie 1; an-Nawawie, al-Arba‘ien

البدعة

Bida‘ah (nieuwigheid)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord bada‘a: iets nieuws maken, beginnen. Taalkundig: het nieuw maken, een nieuwigheid.

Islamitische betekenis

Een nieuwigheid in de religie: iets in de aanbidding brengen dat de Profeet ﷺ en zijn metgezellen niet gedaan hebben, terwijl het als onderdeel van de religie wordt voorgesteld. De Profeet ﷺ waarschuwde: “Elke bida’ah is dwaling.”

Bron: Aboe Dawoed 4607; Ibn Rajab, Jaami‘ al-‘Oeloem wa al-Hikam

الربا

Ribaa (rente)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord rabaa: toenemen, groeien, zich vermeerderen. Taalkundig: de toename, de vermeerdering.

Islamitische betekenis

De oneerlijke toename in een ruil of lening die de shari’ah verbiedt: het bedingen van een vaste meeropbrengst op een lening (rente) of specifieke ongelijke ruilen. Ribaa is streng verboden in de Koran.

Bron: Koran 2:275-278; Ibn ‘Oethaymien, Risaalah fi ar-Ribaa

الغسل

Ghoesl (grote reiniging)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord ghasala: wassen, afspoelen. Taalkundig: het wassen, het reinigen met water.

Islamitische betekenis

De verplichte volledige wassing van het hele lichaam met water, ter reiniging van de grote onreinheid (djanaabah, menstruatie, kraambed). Het is een voorwaarde voor de geldigheid van het gebed.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, ash-Sharh al-Moemti‘

الوضوء

Woe-doe (kleine reiniging)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord wada‘a: schoon maken, verlichten, verfraaien. Taalkundig: de reinheid, de glans, de zuiverheid.

Islamitische betekenis

De verplichte kleine wassing vóór het gebed: het wassen van gezicht, handen en armen, het vegen over het hoofd en het wassen van de voeten. Het is een voorwaarde voor de geldigheid van het gebed.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, ash-Sharh al-Moemti‘

الأمة

Oemmah (gemeenschap)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord amma: vooropgaan, leiden, een richting geven. Taalkundig: een gemeenschap, een groep mensen die een gemeenschappelijke richting hebben.

Islamitische betekenis

De gemeenschap van de moslims: allen die de boodschap van de Profeet ﷺ volgen, overal en in alle tijden, verenigd in het geloof aan Allah en Zijn boodschapper.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, Sharh al-‘Aqiedah al-Waasitiyyah

الدعوة

Da‘wah (uitnodiging)

Taalkundige betekenis

Van hetzelfde werkwoord als doe‘aa: roepen, uitnodigen, oproepen. Taalkundig: de oproep, de uitnodiging.

Islamitische betekenis

Het uitnodigen naar Allah: het oproepen van mensen naar de Islaam en naar de juiste kennis en het juiste handelen, met wijsheid en goede vermaning. Het is de taak van de profeten en hun opvolgers.

Bron: Koran 16:125; Ibn ‘Oethaymien

الشيطان

Shaytaan (de duivel)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord shatana: ver weg zijn, afgedwaald, verbrand. Taalkundig: degene die ver afgedwaald is van de waarheid en van de barmhartigheid.

Islamitische betekenis

Een vijandige djinn die de mens naar het kwaad oproept. De shaytaan (iblis) weigerde te buigen voor Adam en is de openlijke vijand van de mensheid. Zijn doel is de mens van de weg van Allah af te brengen.

Bron: Koran 2:34, 7:11-17; Ibn ‘Oethaymien

الهجرة

Hidjrah (verhuizing)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord hadjara: verlaten, zich afkeren, verhuizen. Taalkundig: het verlaten van een plaats, het verhuizen.

Islamitische betekenis

Het verlaten van een plaats omwille van Allah: zoals de profeten en de metgezellen verhuisden om hun religie te beschermen, of het verlaten van wat Allah verboden heeft.

Bron: Ibn ‘Oethaymien, Sharh Thalaathat al-Oesoel

الفطرة

Fitrah (de natuurlijke aanleg)

Taalkundige betekenis

Van het werkwoord fatara: scheppen, doen ontstaan. Taalkundig: de schepping, de oorspronkelijke aanleg, de natuurlijke staat.

Islamitische betekenis

De natuurlijke aanleg waarmee Allah de mens geschapen heeft: de neiging tot de Islaam, tot het erkennen van Allah en het goede. Ieder mens wordt op de fitrah geboren.

Bron: Boekhaarie 1358; Ibn ‘Oethaymien

© 2026 As-Salaf As-Salih, alle rechten voorbehouden. Teksten, lay-out, vormgeving en thema mogen niet worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming.

Gemaakt met kennis uit de Koran en de soennah. Bronnen worden vermeld op elke pagina.

💬 Chat