الْإِيمَانُ بِالْكُتُبِ
Wat betekent geloven in de Heilige Boeken?
Een van de zes zuilen van het geloof, met bewijzen uit de Koran en de sahieh-soennah, en de uitleg van de geleerden.
الْإِيمَانُ بِالْكُتُبِ
Geloof in de Heilige Boeken
Een van de zes zuilen van imaan, met bewijzen uit Koran en soennah.
1 · Een zuil van het geloof
أَنْ تُؤْمِنَ بِاللَّهِ وَمَلَائِكَتِهِ وَكُتُبِهِ وَرُسُلِهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ وَتُؤْمِنَ بِالْقَدَرِ خَيْرِهِ وَشَرِّهِ
De Profeet ﷺ antwoordde op de vraag van Djibriel over het geloof (imaan): “Dat je gelooft in Allah, Zijn engelen, Zijn Boeken, Zijn boodschappers, de Laatste Dag en in de voorbestemming, het goede en het kwade ervan.”
Bronnen: Sahieh Moeslim 8sahieh · Sahieh al-Boekhaarie 50sahieh
De kern: het geloof in de Boeken is de derde zuil van imaan. Zonder dit geloof is de imaan niet compleet.
2 · Bewijzen uit de Koran
آمَنَ الرَّسُولُ بِمَا أُنْزِلَ إِلَيْهِ مِنْ رَبِّهِ وَالْمُؤْمِنُونَ كُلٌّ آمَنَ بِاللَّهِ وَمَلَائِكَتِهِ وَكُتُبِهِ وَرُسُلِهِ
“De Boodschapper gelooft in wat aan hem is neergezonden door zijn Heer, en (zo ook) de gelovigen. Allen geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn Boeken en Zijn boodschappers.” (Koran 2:285)
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا آمِنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ وَالْكِتَابِ الَّذِي نَزَّلَ عَلَىٰ رَسُولِهِ وَالْكِتَابِ الَّذِي أَنْزَلَ مِنْ قَبْلُ
“O jullie die geloven, geloof in Allah en Zijn Boodschapper en in het Boek dat Hij op Zijn Boodschapper heeft neergezonden en het Boek dat Hij daarvóór heeft neergezonden.” (Koran 4:136)
نَزَّلَ عَلَيْكَ الْكِتَابَ بِالْحَقِّ مُصَدِّقًا لِمَا بَيْنَ يَدَيْهِ وَأَنْزَلَ التَّوْرَاةَ وَالْإِنْجِيلَ
“Hij heeft aan jou het Boek neergezonden met de waarheid, ter bevestiging van wat ervóór kwam, en Hij heeft de Thora en het Evangelie neergezonden.” (Koran 3:3)
وَقُلْ آمَنْتُ بِمَا أَنْزَلَ اللَّهُ مِنْ كِتَابٍ
“En zeg: ik geloof in wat Allah aan Boeken heeft neergezonden.” (Koran 42:15)
وَمَنْ يَكْفُرْ بِاللَّهِ وَمَلَائِكَتِهِ وَكُتُبِهِ وَرُسُلِهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَالًا بَعِيدًا
“En wie ongelovig is in Allah, Zijn engelen, Zijn Boeken, Zijn boodschappers en de Laatste Dag, die is ver afgedwaald.” (Koran 4:136)
De les: de Koran verbindt het geloof in de Boeken uitdrukkelijk aan de imaan, en koppelt het verwerpen ervan aan dwaling.
3 · Wat betekent het concreet?
De geleerden van de salaf leggen uit dat het geloof in de Boeken vier zaken omvat:
- 1Geloven dat ze waarlijk van Allah zijn: de Thora, het Evangelie, de Zaboer (Psalmen) en de bladzijden van Ibraahiem, en als laatste de Koran.
- 2Geloven wat er authentiek van is overgeleverd: zoals de geboden en verboden die de Koran bevestigt.
- 3De Koran als laatste en beslissende Boek: hij bevestigt wat ervóór kwam en is er de beschermer van: “En Wij hebben aan jou het Boek neergezonden met de waarheid, ter bevestiging van het Boek dat ervóór was en er de beschermer (moehaimien) van” (5:48).
- 4Handelen naar wat de Koran bevestigt: de vroegere boeken zoals zij nu bestaan zijn veranderd; wij geloven in de oorspronkelijke openbaring, en volgen wat de Koran ervan bevestigt of corrigeert.
Belangrijk: wat zegt de Koran over de betrouwbaarheid van die boeken?
Er moet geen verwarring bestaan: wanneer wij zeggen “wij geloven in de Heilige Boeken”, bedoelen wij het geloof in de oorspronkelijke openbaring die Allah neerzond, niet in de boeken zoals zij vandaag bestaan. De Koran maakt dit zelf duidelijk:
يُحَرِّفُونَ الْكَلِمَ مِنْ بَعْدِ مَوَاضِعِهِ
“Zij verdraaien de woorden nadat zij op hun plaatsen waren (gezet).” (Koran 5:41), de Koran zegt herhaaldelijk dat de mensen van het Boek de woorden verdraaiden (2:75, 4:46, 5:13, 5:41).
فَوَيْلٌ لِلَّذِينَ يَكْتُبُونَ الْكِتَابَ بِأَيْدِيهِمْ ثُمَّ يَقُولُونَ هَذَا مِنْ عِنْدِ اللَّهِ
“Wee degenen die het Boek met hun eigen handen schrijven en dan zeggen: dit is van Allah, om daarmee een geringe prijs te verwerven.” (Koran 2:79)
وَإِنَّ مِنْهُمْ لَفَرِيقًا يَلْوُونَ أَلْسِنَتَهُمْ بِالْكِتَابِ لِتَحْسَبُوهُ مِنَ الْكِتَابِ وَمَا هُوَ مِنَ الْكِتَابِ
“En onder hen is er een groep die hun tongen met het Boek verdraaien, zodat jullie denken dat het van het Boek is, terwijl het niet van het Boek is.” (Koran 3:78)
يَا أَهْلَ الْكِتَابِ قَدْ جَاءَكُمْ رَسُولُنَا يُبَيِّنُ لَكُمْ كَثِيرًا مِمَّا كُنْتُمْ تُخْفُونَ مِنَ الْكِتَابِ
“O mensen van het Boek, onze Boodschapper is tot jullie gekomen om jullie veel uiteen te zetten van wat jullie van het Boek verborgen hielden.” (Koran 5:15)
De conclusie van de Koran: de oorspronkelijke Thora, het Evangelie en de Zaboer waren de waarheid van Allah. Maar de huidige boeken van de joden en christenen zijn veranderd en verdraaid: dat zegt de Koran zelf (2:75, 2:79, 3:78, 4:46, 5:13, 5:41). Daarom geloven wij in wat de Koran ervan bevestigt, en volgen wij alleen de Koran als beslissende openbaring. Er is geen verwarring: wij geloven in de openbaring, niet in de latere vervalsingen.
4 · De leer van de salaf
Imam at-Tahaawie schreef in zijn Aqiedah (het beroemde geloofsgeschrift dat de leer van Aboe Haniefah samenvat):
وَنُؤْمِنُ بِالْكِتَابِ وَالسُّنَّةِ ... وَأَنَّ الْقُرْآنَ كَلَامُ اللَّهِ
“Wij geloven in het Boek en de Soennah… en dat de Koran het Woord van Allah is.” (al-Aqiedah at-Tahaawiyyah)
Imam Ahmad schreef in zijn Oesoel as-Soennah (de grondslagen van de soennah, gedicteerd aan zijn zoon):
وَالْإِيمَانُ بِالْكُتُبِ الْمُنَزَّلَةِ مِنَ اللَّهِ عَزَّ وَجَلَّ
“En het geloof in de Boeken die Allah, de Verhevene, heeft neergezonden.” (Oesoel as-Soennah van imam Ahmad)
Zij herkenden hem: de geleerden van het Boek die de Profeet ﷺ herkenden
Het is geen toeval dat juist de geleerden onder de joden en christenen de eersten waren die de Profeet ﷺ herkenden. De Koran zegt: “Degenen aan wie Wij het Boek hebben gegeven, herkennen hem zoals zij hun eigen kinderen herkennen” (2:146). De beschrijving van de Profeet ﷺ stond in de Thora en het Evangelie en wie oprecht zocht, vond hem.
‘Isa (vrede zij met hem) kondigde hem aan
وَإِذْ قَالَ عِيسَى ابْنُ مَرْيَمَ يَا بَنِي إِسْرَائِيلَ إِنِّي رَسُولُ اللَّهِ إِلَيْكُمْ مُصَدِّقًا لِمَا بَيْنَ يَدَيَّ مِنَ التَّوْرَاةِ وَمُبَشِّرًا بِرَسُولٍ يَأْتِي مِنْ بَعْدِي اسْمُهُ أَحْمَدُ
“En toen ‘Isa, zoon van Maryam, zei: O kinderen van Israël, ik ben de boodschapper van Allah tot jullie, ter bevestiging van wat vóór mij kwam van de Thora, en als verkondiger van een boodschapper die na mij komt, wiens naam Ahmad is.” (Koran 61:6)
Jezus zelf kondigde de komst van de Profeet ﷺ aan, met name met de naam “Ahmad”. Dit is de duidelijke profetie in het Evangelie.
‘Abdoellah ibn Salaam, de joodse rabbijn die zich bekeerde
‘Abdoellah ibn Salaam was een van de grootste joodse geleerden van zijn tijd. Toen hij hoorde over de komst van de Profeet ﷺ in Medina, herkende hij hem uit de beschrijvingen in de Thora, en hij geloofde nog voordat hij hem had ontmoet. Hij zei: “Ik herkende hem zoals ik mijn eigen zoon herken” (Bukhari, overgeleverd van Anas). De Koran bevestigt dit: “En een getuige van de Kinderen van Israël getuigde van zijn gelijkenis en geloofde” (46:10).
قُلْ أَرَءَيْتُمْ إِن كَانَ مِنْ عِندِ ٱللَّهِ وَكَفَرْتُم بِهِۦ وَشَهِدَ شَاهِدٌۭ مِّنۢ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ عَلَىٰ مِثْلِهِۦ فَـَٔامَنَ وَٱسْتَكْبَرْتُمْ ۖ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلظَّٰلِمِينَ
Bronnen: Van de Profeet ﷺ overgeleverd in Sahieh al-Boekhaariesahieh · Koran 46:10
Heraclius, de Byzantijnse keizer die de waarheid herkende
Toen Heraclius, de keizer van het Byzantijnse Rijk, de brief van de Profeet ﷺ ontving, riep hij Aboe Sufyan bij zich en stelde hem vragen over de Profeet ﷺ. Na de antwoorden zei Heraclius: “Ik wist uit de geschriften dat hij zou verschijnen, maar ik wist niet dat hij uit jullie zou zijn. Als ik zeker wist dat ik hem zou bereiken, zou ik mij naar hem haasten en zijn voeten wassen.” (Bukhari 7), maar hij geloofde niet uit angst voor zijn rijk.
Bron: Sahieh al-Boekhaarie 7sahieh
Salmaan al-Faarisi, de Perzische christen die de waarheid zocht
Salmaan al-Faarisi was een Perzische christen die zijn priester op zijn sterfbed hoorde zeggen: “Ik ken niemand die dezelfde religie heeft als wij, maar er zal een profeet verschijnen in het land van de Arabieren die de religie van Ibraahiem zal herstellen.” Hij reisde naar Medina, herkende de Profeet ﷺ aan de beschrijvingen, en geloofde. De Profeet ﷺ zei: “Salmaan behoort tot ons, de mensen van het Huis.”
De les: de Profeet ﷺ was niet “alleen voor de Arabieren” hij was de profeet die in de Thora en het Evangelie was aangekondigd. De geleerden van het Boek herkenden hem uit de geschriften, en de oprechten onder hen volgden hem. Dit is het bewijs dat het geloof in de Heilige Boeken leidt tot het geloof in de laatste profeet.
6 · Samenvatting
Geloven in de Heilige Boeken is een van de zes zuilen van imaan, vastgelegd in de hadieth van Djibriel (Moeslim 8) en in de Koran (2:285, 4:136, 3:3, 42:15). Het betekent: geloven dat de Thora, het Evangelie, de Zaboer en de bladzijden waarlijk van Allah zijn neergezonden, geloven wat er authentiek van is overgeleverd, en erkennen dat de Koran het laatste en beslissende Boek is dat het vroegere bevestigt en beschermt. Wie deze zuil verwerpt, is ver afgedwaald (4:136).