الصَّلَاةُ
Het gebed stap voor stap
Zo bad de Profeet ﷺ. Met de vijf gebeden, de rak’at, wat je zegt en per stap de bron.
الصَّلَاةُ
Het gebed stap voor stap
De Profeet ﷺ zei: “Bidt zoals jullie mij hebben zien bidden.” (Sahieh al-Boekhaarie 631)
Gebed 1Het gebed op vastgestelde tijden
فَإِذَا قَضَيْتُمُ ٱلصَّلَوٰةَ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ قِيَٰمًۭا وَقُعُودًۭا وَعَلَىٰ جُنُوبِكُمْ ۚ فَإِذَا ٱطْمَأْنَنتُمْ فَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ ۚ إِنَّ ٱلصَّلَوٰةَ كَانَتْ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ كِتَٰبًۭا مَّوْقُوتًۭا
“Voorwaar, het gebed is de gelovigen op vastgestelde tijden voorgeschreven.” (Koran, soera an-Nisaa’ 4:103)
وَصَلُّوا كَمَا رَأَيْتُمُونِي أُصَلِّي
En de Profeet ﷺ zei: “En bidt zoals jullie mij hebben zien bidden.” (Sahieh al-Boekhaarie 631) Zo is het gebed geleerd: door te kijken naar de Profeet ﷺ en het na te doen, van de takbier tot de tasliem.
- Woorden van Allah · Koran, soera an-Nisaa’ 4:103Koran
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 631 · deel 1, blz. 128-129sahieh
Gebed 2De vijf gebeden en hun rak’at
De engel Djibriel leidde de Profeet ﷺ twee keer in het gebed bij de Ka’bah, om hem de tijden te leren:
أمَّني جبريلُ عندَ البيت مَرّتَين، فصلّى بي الظُّهرَ حينَ زالتِ الشّمسُ وكانت قَدْرَ الشِّراك، وصلّى بي العَصرَ حينَ كان ظِلّه مِثلَه، وصلَّي بي -يعنى المَغربَ- حينَ أفطَرَ الصَّائمُ، وصلى بي العشاء حين غاب الشفق، وصلّى بي الفَجرَ حينَ حَرُمَ الطَّعاُم والشَّرابُ على الصائِمِ … ثمَّ التَفَتَ إليَّ فقال: يا محمَّد، هذا وقتُ الأنبياء، مِن قَبلِكَ، والوقتُ ما بينَ هذَينِ الوقتَينِ
“Djibriel leidde mij twee keer in het gebed bij het Huis: hij bad met mij de dhoehr toen de zon haar hoogste punt voorbij was, de ‘asr toen de schaduw even lang was als het voorwerp, de maghrib (bedoelde hij) bij het verbreken van het vasten, de ‘isja toen het avondrood verdwenen was en de fajr toen eten en drinken voor de vastende verboden werd. […] Daarna zei hij: dit is de tijd van de profeten vóór jou, en de tijd ligt tussen deze twee momenten.” (Soenan Aboe Dawoed 393, sahieh volgens al-Albaanie: Irwaa’ al-Ghaliel 1/268, nr. 249)
| Gebed | Rak’at | Tijd |
|---|---|---|
| Fajrالْفَجْر | 2 | de dageraad |
| Dhoehrالظُّهْر | 4 | nadat de zon haar hoogste punt is gepasseerd |
| 'Asrالْعَصْر | 4 | als de schaduw even lang is als het voorwerp |
| Maghribالْمَغْرِب | 3 | bij zonsondergang |
| 'Isjaالْعِشَاء | 4 | als het avondrood verdwenen is |
De aantallen rak’at komen uit al-‘Oethaymien, asj-Sjarh al-Moemti’ ‘ala Zaad al-Moestaqni’: de vier-rak’at-gebeden zijn de dhoehr, de ‘asr en de ‘isja (deel 4, blz. 354), en de fajr heeft twee rak’at en de maghrib drie (deel 14, blz. 295). Op reis worden de vier-rak’at-gebeden tot twee verkort; de fajr en de maghrib blijven (deel 4, blz. 354).
- Handeling van de engel Djibriel met de Profeet ﷺ · Soenan Aboe Dawoed 393 · deel 1, blz. 293sahieh (al-Albaanie)
- Uitspraak van al-‘Oethaymien · Asj-Sjarh al-Moemti’ ‘ala Zaad al-Moestaqni’ · deel 4, blz. 354 en deel 14, blz. 295uitleg van een geleerde
Gebed 3Stap voor stap, met wat je zegt
Elke stap heeft de Arabische tekst, de uitspraak in onze letters, de Nederlandse betekenis en de bron. De volledige al-Faatihah met de bestaande koranopname staat verderop in “Al-Faatihah, de opening”.
- 1
Staan, de qiblah en de intentie
إِذَا قُمْتَ إِلَى الصَّلَاةِ فَأَسْبِغْ الْوُضُوءَ. ثُمَّ اسْتَقْبِلِ الْقِبْلَةَ فَكَبِّرْ
Idhaa qoemta ilas-salaati fa-asbighil-woedoe-a, thumma istaqbilil-qiblata fakabbir
Als je gaat staan voor het gebed, verricht dan de woedoe volledig, richt je daarna naar de qiblah en zeg de takbier.
De intentie zit in het hart: je neemt je voor dit gebed voor Allah te verrichten. Je staat richting de qiblah, en de intentie hoeft niet uitgesproken te worden. De Profeet ﷺ zei: "De daden worden alleen door de intenties beoordeeld, en ieder mens krijgt wat hij zich heeft voorgenomen." (Sahieh al-Boekhaarie 1)
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 397 · deel 1, blz. 298 (variant 46)sahieh
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 1 · deel 1, blz. 6sahieh
- 2
De takbier: اللَّهُ أَكْبَرُ
اللَّهُ أَكْبَرُ
Allahoe akbar
Allah is de grootste.
Met de takbier begint het gebed. De Profeet ﷺ zei: "Als je gaat staan voor het gebed, zeg dan de takbier." (Sahieh al-Boekhaarie 793). De sleutel van het gebed is de reinheid, het begin is de takbier en het einde is de tasliem (Soenan at-Tirmidhie 3, sahieh).
- Uitspraak en handeling van de Profeet ﷺ · Soenan Aboe Dawoed 874 · de takbier bij het begin van de nachtgebed (Hoedhayfah)sahieh (al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 2/39-41)
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 793 · deel 1, blz. 158sahieh
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Soenan at-Tirmidhie 3 · deel 1, blz. 8sahieh
- 3
Al-Faatihah in elke rakat
لَا صَلَاةَ لِمَنْ لَمْ يَقْرَأْ بِفَاتِحَةِ الْكِتَابِ
Laa salaata liman lam jaqra' bi-Faatikhatil-kitaab
Er is geen gebed voor wie de Faatihah, de opening van het Boek, niet leest.
De zeven verzen van al-Faatihah horen in elke rakat. De volledige tekst met de opname staat verderop, bij "Al-Faatihah, de opening" (dezelfde opnames als in de koranspeler).
De volledige tekst en de opname staan hieronder bij “Al-Faatihah”.
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 756 · deel 1, blz. 151sahieh
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 395sahieh
- 4
De rukoe’: buigen
سُبْحَانَ رَبِّيَ الْعَظِيمِ
Soebhaana rabbiyal-'adhieniem
Verheven is mijn Heer, de Geweldige.
In de buiging verheerlijk je Allah. De Profeet ﷺ zei: "Wat de rukoe’ betreft: verheerlijk daarin de Heer." (Sahieh Moeslim 479). Hij zei in zijn rukoe’: "Soebhaana rabbiyal-'adhieniem." (Soenan Aboe Dawoed 874, sahieh volgens al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 2/39). Buig rustig, tot je tot rust komt.
- Handeling en uitspraak van de Profeet ﷺ · Soenan Aboe Dawoed 874sahieh (al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 2/39)
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 479sahieh
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 793 · "buig tot je tot rust komt als buiger"sahieh
- 5
Rechtop: "Allah hoort wie Hem prijst"
سَمِعَ اللهُ لِمَنْ حَمِدَهُ، رَبَّنَا وَلَكَ الْحَمْدُ
Sami'a Allahoe liman hamidahoe, rabbanaa wa-laka al-hamd
Allah hoort wie Hem prijst. Onze Heer, aan U de lof.
Als je uit de buiging omhoog komt, zeg je dit staande. Zo deed de Profeet ﷺ het bij elke buiging (Sahieh Moeslim 392); toen de man achter hem het zei, liet de Profeet ﷺ zijn goedkeuring blijken (Sahieh al-Boekhaarie 799).
- Handeling en uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 392 · deel 1, blz. 293-294sahieh
- Uitspraak van de metgezel achter de Profeet ﷺ, goedgekeurd door de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 799 · deel 1, blz. 159sahieh
- 6
De soedjoed: de neerknieling
سُبْحَانَ رَبِّيَ الْأَعْلَى
Soebhaana rabbiyal-a'laa
Verheven is mijn Heer, de Allerhoogste.
In de soedjoed raak je met het voorhoofd de grond en zeg je de tasbih. De Profeet ﷺ zei: "Wat de soedjoed betreft: span je in met het smeekgebed." (Sahieh Moeslim 479). Hij zei in zijn soedjoed: "Soebhaana rabbiyal-a'laa." (Soenan Aboe Dawoed 874, sahieh volgens al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 2/39).
- Handeling en uitspraak van de Profeet ﷺ · Soenan Aboe Dawoed 874sahieh (al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 2/39)
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 479sahieh
- 7
Tussen de twee soedjoeds
رَبِّ اغْفِرْ لِي
Rabbi ghfir lie
Mijn Heer, vergeef mij.
Tussen de twee neerknielingen zeg je dit. De Profeet ﷺ zei het en deed het in zijn nachtgebed (Ibn Maadjah 897; sahieh volgens al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 2/41).
- Handeling en uitspraak van de Profeet ﷺ · Soenan Ibn Maadjah 897 · ook Ahmad 5/400sahieh (al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 2/41)
- 8
De rak’ah afmaken en herhalen
ثُمَّ افْعَلْ ذَلِكَ فِي صَلَاتِكَ كُلِّهَا
Thumma if'al dhaalika fie salaatica koellihaa
Doe dat vervolgens in je hele gebed.
Elke rak’ah is opgebouwd uit: staan en lezen, buigen, rechtop staan, twee keer neerknielen met een korte zit ertussen. Zo leerde de Profeet ﷺ de man die zijn gebed niet goed deed: "Doe dat in je hele gebed." (Sahieh al-Boekhaarie 793)
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 793 · deel 1, blz. 158sahieh
- 9
De tashahhoed: de zittende getuigenis
التَّحِيَّاتُ لِلهِ، وَالصَّلَوَاتُ وَالطَّيِّبَاتُ، السَّلَامُ عَلَيْكَ أَيُّهَا النَّبِيُّ وَرَحْمَةُ اللهِ وَبَرَكَاتُهُ، السَّلَامُ عَلَيْنَا وَعَلَى عِبَادِ اللهِ الصَّالِحِينَ، أَشْهَدُ أَنْ لَا إِلَهَ إِلَّا اللهُ، وَأَشْهَدُ أَنَّ مُحَمَّدًا عَبْدُهُ وَرَسُولُهُ
At-tahiyyaatoe lillaahi was-salawaatoe wat-tayyibaat, as-salaamoe 'alayka ayyoehan-nabiyyoe wa rahmatoe Allahi wa barakaatoeh, as-salaamoe 'alaynaa wa 'alaa 'ibaadi Allahis-saalihien, ash-hadoe an laa ilaaha illaa Allah, wa ash-hadoe anna Moehammadan 'abdoeh oe rasoeh
De begroetingen zijn voor Allah, en de gebeden en de goede daden. Vrede zij met jou, o Profeet, en de genade van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de rechtschapen dienaren van Allah. Ik getuig dat er geen god is dan Allah, en ik getuig dat Moehammad Zijn dienaar en Zijn boodschapper is.
In de laatste zit van het gebed zeg je de tashahhoed; de Profeet ﷺ leerde de metgezellen deze woorden (Sahieh al-Boekhaarie 831 en Sahieh Moeslim 402). In de versie van Moeslim staat aan het slot: daarna kies je zelf je smeekgebed.
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 831 · deel 1, blz. 166sahieh
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 402sahieh
- 10
De salaat op de Profeet ﷺ in de tashahhoed
اللَّهُمَّ صَلِّ عَلَى مُحَمَّدٍ وَعَلَى آلِ مُحَمَّدٍ كَمَا صَلَّيْتَ عَلَى إِبْرَاهِيمَ وَعَلَى آلِ إِبْرَاهِيمَ إِنَّكَ حَمِيدٌ مَجِيدٌ اللَّهُمَّ بَارِكْ عَلَى مُحَمَّدٍ وَعَلَى آلِ مُحَمَّدٍ كَمَا بَارَكْتَ عَلَى إِبْرَاهِيمَ وَعَلَى آلِ إِبْرَاهِيمَ إِنَّكَ حَمِيدٌ مَجِيدٌ
Allahoenma salli 'alaa Moehammadin wa 'alaa aali Moehammad, kamaa sallayta 'alaa Ibraahiem wa 'alaa aali Ibraahiem, innaka hamiedoen madjied. Allahoenma baarik 'alaa Moehammadin wa 'alaa aali Moehammad, kamaa baarakta 'alaa Ibraahiem wa 'alaa aali Ibraahiem, innaka hamiedoen madjied
O Allah, zegen Moehammad en de familie van Moehammad, zoals U Ibraahiem en de familie van Ibraahiem heeft gezegend. Voorwaar, U bent prijzenswaardig en verheven. O Allah, zegen Moehammad en de familie van Moehammad met Uw zegen, zoals U Ibraahiem en de familie van Ibraahiem heeft gezegend. Voorwaar, U bent prijzenswaardig en verheven.
De metgezellen vroegen hoe zij de salaat op de Profeet ﷺ moesten uitspreken, en hij leerde hun deze woorden (Sahieh al-Boekhaarie 3370).
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh al-Boekhaarie 3370 · deel 4, blz. 146sahieh
- 11
De tasliem: rechts en links
السَّلَامُ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَةُ اللَّهِ
As-salaamoe 'alaykoem wa rahmatoe Allah
Vrede zij met jullie, en de genade van Allah.
Met de tasliem eindigt het gebed: eerst naar rechts, dan naar links, tot je het wit van je wang zou zien (Sahieh Moeslim 582). De woorden staan in Sahieh Moeslim 431 (Djabir ibn Samoerah: "Wij zeiden: as-salaamoe 'alaykoem wa rahmatoe Allah") en in Soenan Aboe Dawoed 996; al-Albaanie verklaarde die laatste sahieh (Irwaa' al-Ghaliel 2/29). Daarna kun je je eigen smeekgebed doen.
- Handeling van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 582 · deel 1, blz. 409sahieh
- Uitspraak van de metgezel Djabir ibn Samoerah رَضِيَ اللهُ عَنْهُ (de woorden, volledig gevocaliseerd) · Sahieh Moeslim 431 · deel 1, blz. 322sahieh
- Uitspraak en handeling van de Profeet ﷺ · Soenan Aboe Dawoed 996 · deel 2, blz. 238 (de woorden; de tekst daar is deels ongevocaliseerd)sahieh (al-Albaanie, Irwaa' al-Ghaliel 2/29, nr. 326)
Gebed 4Al-Faatihah, de opening
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
vers 1ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ
vers 2ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
vers 3مَٰلِكِ يَوْمِ ٱلدِّينِ
vers 4إِيَّاكَ نَعْبُدُ وَإِيَّاكَ نَسْتَعِينُ
vers 5ٱهْدِنَا ٱلصِّرَٰطَ ٱلْمُسْتَقِيمَ
vers 6صِرَٰطَ ٱلَّذِينَ أَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ غَيْرِ ٱلْمَغْضُوبِ عَلَيْهِمْ وَلَا ٱلضَّآلِّينَ
vers 7
Het gebed is niet geldig zonder al-Faatihah (Sahieh al-Boekhaarie 756, Sahieh Moeslim 395). De tekst hierboven is letterlijk overgenomen uit de eigen Korantekst (de lezing van Hafs) en met een hex-controle nagerekend.
Gebed 5Na het gebed
De gedachtenis na elk gebed: 33, 33, 33
ثَلَاثٌ وَثَلَاثُونَ تَسْبِيحَةً، وَثَلَاثٌ وَثَلَاثُونَ تَحْمِيدَةً، وَأَرْبَعٌ وَثَلَاثُونَ تَكْبِيرَةً
33 keer soebhaan Allah, 33 keer al-hamdoe lillaah, 34 keer Allahoe akbar
Drieëndertig keer "Verheven is Allah", drieëndertig keer "Alle lof aan Allah" en vierendertig keer "Allah is de grootste".
Na elk verplicht gebed zegt de moslim deze gedachtenis. Wie het honderdste volmaakt, zegt: "Laa ilaaha illaa Allah wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel-moelkoe wa lahoel-hamdoe wa hoewa 'alaa koelli shay'in qadier" (Er is geen god dan Allah, alleen, zonder deelgenoot; Hem behoort het rijk en Hem de lof, en Hij is tot alles in staat). Dan worden zijn zonden vergeven, al zouden ze als het schuim van de zee zijn (Sahieh Moeslim 597).
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 595 · deel 1, blz. 418 (de tesbih-zin; het nummer begint op blz. 416)sahieh
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 597sahieh
Het gezegde bij de tasbih: سُبْحَانَ اللَّهِ (33 keer)
سُبْحَانَ اللَّهِ
Soebhaan Allah
Verheven is Allah.
Een van de vaste gezegden van de tasbih na elk gebed, drieëndertig keer. Het staat letterlijk in al-Adab al-Moefrad 622 (sahieh volgens al-Albaanie); de indeling (33, 33 en 34) staat in Sahieh Moeslim 595 en 597.
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · al-Adab al-Moefrad 622 · deel 1, blz. 218sahieh (al-Albaanie)
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 595 · deel 1, blz. 418sahieh
Het gezegde bij de tasbih: الْحَمْدُ لِلَّهِ (33 keer)
الْحَمْدُ لِلَّهِ
Al-hamdoe lillaah
Alle lof aan Allah.
Een van de vaste gezegden van de tasbih na elk gebed, drieëndertig keer. Het staat letterlijk in al-Adab al-Moefrad 622 (sahieh volgens al-Albaanie); de indeling (33, 33 en 34) staat in Sahieh Moeslim 595 en 597.
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · al-Adab al-Moefrad 622 · deel 1, blz. 218sahieh (al-Albaanie)
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 595 · deel 1, blz. 418sahieh
Het gezegde bij de tasbih: اللَّهُ أَكْبَرُ (34 keer)
اللَّهُ أَكْبَرُ
Allahoe akbar
Allah is de grootste.
Een van de vaste gezegden van de tasbih na elk gebed, vierendertig keer. Het staat letterlijk in al-Adab al-Moefrad 622 (sahieh volgens al-Albaanie); de indeling (33, 33 en 34) staat in Sahieh Moeslim 595 en 597.
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · al-Adab al-Moefrad 622 · deel 1, blz. 218sahieh (al-Albaanie)
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 595 · deel 1, blz. 418sahieh
Het honderdste: de tahliel
لَا إِلَهَ إِلَّا اللَّهُ وَحْدَهُ لَا شَرِيكَ لَهُ. لَهُ الْمُلْكُ وَلَهُ الْحَمْدُ وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ
Laa ilaaha illaa Allah wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel-moelkoe wa lahoel-hamdoe wa hoewa 'alaa koelli shay'in qadier
Er is geen god dan Allah, alleen, zonder deelgenoot; Hem behoort het rijk en Hem de lof, en Hij is tot alles in staat.
Na de drieëndertig, drieëndertig en vierendertig sluit je de tasbih af met deze woorden. Wie de honderd volmaakt, worden zijn zonden vergeven, al zouden ze als het schuim van de zee zijn (Sahieh Moeslim 597).
- Uitspraak van de Profeet ﷺ · Sahieh Moeslim 597 · deel 1, blz. 418sahieh
Verder leren
Dit is de praktijk in het kort. De volledige lessen, met de voorwaarden van het gebed, de soedjoed as-sahw en de details, staan in de leerweg.