الْقُرْآنُ
Waarom zou ik in de Koran geloven?
Wat maakt dit boek anders dan elk ander boek, en waar blijkt dat uit?
الْمَصَادِرُ
Waarom de Koran?
De Koran over zijn eigen bron, zijn uitdaging en wat hij vertelt over wat geen mens kon weten.
لِمَاذَا الْقُرْآنُ
Waarom de Koran?
De vraag is eerlijk en groot: waarom zou een mens dit boek boven alle andere boeken geloven? Het antwoord begint niet bij ons oordeel, maar bij wat de Koran zelf zegt. Hij noemt zijn Herkomst, hij daagt tegenstanders uit, hij vertelt wat niemand bij hen was, en hij kondigt aan wat later gebeurde. Wie dat leest, krijgt een boek in handen dat zichzelf op tafel legt om getoetst te worden.
Hieronder staan de verzen zelf, met de bron erbij. Wij voegen geen wonderen toe die niet in de tekst staan. Wat de tekst zegt, zeggen wij; wat geleerden eruit afleiden, zeggen wij apart.
Eén: de Koran wijst zijn eigen bron aan
De Koran zegt niet: geloof mij omdat ik mooi ben. Hij zegt: dit is van Allah, en als jullie dat betwijfelen, maak dan één soera zoals deze. De uitdaging is dus toetsbaar, en de tegenstanders destijds waren meesters in taal.
وَإِن كُنتُمْ فِى رَيْبٍۢ مِّمَّا نَزَّلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا فَأْتُوا۟ بِسُورَةٍۢ مِّن مِّثْلِهِۦ وَٱدْعُوا۟ شُهَدَآءَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ
“En als jullie in twijfel verkeren over wat Wij aan Onze dienaar hebben neergezonden, breng dan een soera voort die daaraan gelijk is, en roept jullie getuigen naast Allah op, als jullie waarachtig zijn.”
أَمْ يَقُولُونَ ٱفْتَرَىٰهُ ۖ قُلْ فَأْتُوا۟ بِعَشْرِ سُوَرٍۢ مِّثْلِهِۦ مُفْتَرَيَٰتٍۢ وَٱدْعُوا۟ مَنِ ٱسْتَطَعْتُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ
“Of zeggen zij: ‘Hij heeft het verzonnen’? Zeg: ‘Breng dan tien verzonnen soera's voort die daaraan gelijk zijn, en roept naast Allah op wie jullie kunnen, als jullie waarachtig zijn.’”
En de man die het bracht, was geen lezer en geen schrijver. De Koran noemt dat zelf als teken.
وَمَا كُنتَ تَتْلُوا۟ مِن قَبْلِهِۦ مِن كِتَٰبٍۢ وَلَا تَخُطُّهُۥ بِيَمِينِكَ ۖ إِذًۭا لَّٱرْتَابَ ٱلْمُبْطِلُونَ
“En vóór deze heb jij geen boek gelezen, en je schreef het niet met je rechterhand. Dan zouden degenen die twijfelen het kunnen betwisten.”
Twee: zelfs mens en djinn samen zouden het niet kunnen
De uitdaging wordt daarna groter, niet kleiner. Niet één soera, maar het hele boek: zelfs als alle mensen en djinns hun krachten bundelen, brengen zij het gelijke niet.
قُل لَّئِنِ ٱجْتَمَعَتِ ٱلْإِنسُ وَٱلْجِنُّ عَلَىٰٓ أَن يَأْتُوا۟ بِمِثْلِ هَٰذَا ٱلْقُرْءَانِ لَا يَأْتُونَ بِمِثْلِهِۦ وَلَوْ كَانَ بَعْضُهُمْ لِبَعْضٍۢ ظَهِيرًۭا
“Zeg: ‘Als de mensheid en de djinn zich verenigden om het gelijke van deze Koran voort te brengen, zouden zij het gelijke ervan niet voortbrengen, ook al waren zij elkaar tot steun.’”
Wie deze uitdaging leest, ziet ook wat er niet gebeurde: de tegenstanders die alles op alles zetten om hem tegen te houden, brachten geen soera voort. Zij kozen oorlog, niet woorden.
Drie: waaraan de uitdaging moet voldoen
De uitdaging is geen losse bewering. De geleerden leggen uit dat Allah haar in hun eigen taal en op hun eigen terrein stelde: de Arabieren waren meesters in de welsprekendheid. Zij mochten hulp halen bij wie zij wilden. En de opdracht werd steeds kleiner: het hele boek, dan tien soera's, dan één soera.
فأتوا بسورة من مثل هذا القرآن من كلامكم أيتها العرب، كما أتى به محمد بلغاتكم ومعاني منطقكم
“...breng dan een soera gelijk aan deze Koran, uit jullie eigen spraak, o Arabieren, zoals Mohammed hem bracht in jullie taal en met de betekenis van jullie eigen rede.”
Tafsier at-Tabarie, deel 1, blz. 374
فإن كان الأمر كما تقولون، فأتوا بسورة من مثله، واستعينوا بمن تقدرون عليه من أعوانكم وشهدائكم، فإن هذا أمر يسير عليكم، خصوصا وأنتم أهل الفصاحة والخطابة، والعداوة العظيمة للرسول، فإن جئتم بسورة من مثله، فهو كما زعمتم، وإن لم تأتوا بسورة من مثله وعجزتم غاية العجز، ولن تأتوا بسورة من مثله
“Want als de zaak is zoals jullie zeggen, breng dan een soera gelijk aan de zijne, en zoek hulp bij wie jullie daartoe in staat achten van jullie helpers en getuigen. Dat is voor jullie een lichte zaak, juist omdat jullie de mensen van welsprekendheid en redenaarswerk zijn. En jullie zullen geen soera brengen gelijk aan de zijne.”
Tafsier as-Sa'die, deel 1, blz. 45
En het vers zelf zegt wat er gebeurde: zij zouden het niet doen, nu niet en later niet.
فَإِن لَّمْ تَفْعَلُوا۟ وَلَن تَفْعَلُوا۟ فَٱتَّقُوا۟ ٱلنَّارَ ٱلَّتِى وَقُودُهَا ٱلنَّاسُ وَٱلْحِجَارَةُ ۖ أُعِدَّتْ لِلْكَٰفِرِينَ
“En als jullie dat niet doen, en jullie zullen het niet doen, vrees dan het Vuur waarvan de brandstof mensen en stenen zijn, voorbereid voor de ongelovigen.”
De voorwaarden die de geleerden hieruit halen: dezelfde taal en hetzelfde terrein (welsprekendheid), hulp is niet uitgesloten maar juist toegestaan, en geen beperking in lengte, want één soera was genoeg. Wie die voorwaarden leest, begrijpt waarom dit een toets is en geen slogan.
Vier: geen tegenstrijdigheid, en een belofte van bewaring
Een boek dat over twintig jaar in stukken wordt geopenbaard, aan één man, in een samenleving vol strijd, zou uiteenvallen als het van een mens kwam. De Koran noemt dat zelf als toets.
أَفَلَا يَتَدَبَّرُونَ ٱلْقُرْءَانَ ۚ وَلَوْ كَانَ مِنْ عِندِ غَيْرِ ٱللَّهِ لَوَجَدُوا۟ فِيهِ ٱخْتِلَٰفًۭا كَثِيرًۭا
“Denken zij dan niet na over de Koran? Was hij van iemand anders dan Allah, dan hadden zij er veel tegenstrijdigheid in gevonden.”
إِنَّا نَحْنُ نَزَّلْنَا ٱلذِّكْرَ وَإِنَّا لَهُۥ لَحَٰفِظُونَ
“Voorwaar, Wij hebben de Vermaning neergezonden, en voorwaar, Wij zijn de Bewakers ervan.”
Die bewaring is geen loze belofte gebleken: de tekst die vandaag in de moeshaf staat, wordt over de hele wereld uit het geheugen gereciteerd, letter voor letter.
Vijf: hij vertelt wat de Profeet ﷺ niet kon weten
De Koran noemt zijn eigen verhalen “berichten over het onzichtbare”. De Profeet ﷺ was niet aanwezig bij de ark van Noeh, niet bij de twist rond Maryam en niet bij de plannen van de broers van Joesoef. Toch vertelt hij ze, met details die kloppen met wat de mensen van het boek kenden.
تِلْكَ مِنْ أَنۢبَآءِ ٱلْغَيْبِ نُوحِيهَآ إِلَيْكَ ۖ مَا كُنتَ تَعْلَمُهَآ أَنتَ وَلَا قَوْمُكَ مِن قَبْلِ هَٰذَا ۖ فَٱصْبِرْ ۖ إِنَّ ٱلْعَٰقِبَةَ لِلْمُتَّقِينَ
“Dat is van de berichten over het onzichtbare, dat Wij aan jou openbaren. Jij wist het niet, jij en jouw volk, vóór dit. Wees dus geduldig; het einde is voor de godvrezenden.”
ذَٰلِكَ مِنْ أَنۢبَآءِ ٱلْغَيْبِ نُوحِيهِ إِلَيْكَ ۚ وَمَا كُنتَ لَدَيْهِمْ إِذْ يُلْقُونَ أَقْلَٰمَهُمْ أَيُّهُمْ يَكْفُلُ مَرْيَمَ وَمَا كُنتَ لَدَيْهِمْ إِذْ يَخْتَصِمُونَ
“Dat is van de berichten over het onzichtbare, dat Wij aan jou openbaren. En jij was niet bij hen toen zij hun pennen wierpen wie van hen Maryam zou verzorgen, en jij was niet bij hen toen zij twistten.”
Zes: hij kondigt aan wat later gebeurde
In de jaren dat de Romeinen (Byzantijnen) waren verslagen door de Perzen, kwam het bericht dat zij opnieuw zouden winnen, binnen enkele jaren. Dat was op dat moment geen nieuws, maar een voorspelling.
غُلِبَتِ ٱلرُّومُ فِىٓ أَدْنَى ٱلْأَرْضِ وَهُم مِّنۢ بَعْدِ غَلَبِهِمْ سَيَغْلِبُونَ فِى بِضْعِ سِنِينَ ۗ لِلَّهِ ٱلْأَمْرُ مِن قَبْلُ وَمِنۢ بَعْدُ ۚ وَيَوْمَئِذٍۢ يَفْرَحُ ٱلْمُؤْمِنُونَ بِنَصْرِ ٱللَّهِ ۚ يَنصُرُ مَن يَشَآءُ ۖ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ
“De Romeinen zijn verslagen, in het dichtstbijzijnde land. Maar na hun nederlaag zullen zij overwinnen, binnen enkele jaren. De zaak is aan Allah, vóór en na. En op die dag zullen de gelovigen zich verheugen in de overwinning van Allah. Hij helpt wie Hij wil, en Hij is de Almachtige, de Meest Barmhartige.”
En in de droom bij Hoedaibiyyah, toen de moslims nog niet naar Mekka mochten, staat de aankondiging dat zij de Masjid al-Haram veilig zouden binnengaan.
لَّقَدْ صَدَقَ ٱللَّهُ رَسُولَهُ ٱلرُّءْيَا بِٱلْحَقِّ ۖ لَتَدْخُلُنَّ ٱلْمَسْجِدَ ٱلْحَرَامَ إِن شَآءَ ٱللَّهُ ءَامِنِينَ مُحَلِّقِينَ رُءُوسَكُمْ وَمُقَصِّرِينَ لَا تَخَافُونَ ۖ فَعَلِمَ مَا لَمْ تَعْلَمُوا۟ فَجَعَلَ مِن دُونِ ذَٰلِكَ فَتْحًۭا قَرِيبًا
“Allah heeft de droom van Zijn boodschapper naar waarheid bewaarheid: jullie zullen de Masjid al-Haram binnengaan, als Allah wil, veilig, jullie hoofden scherend en haar verkortend, zonder vrees. Hij wist wat jullie niet wisten, en Hij heeft daarvoor een nabije overwinning gegeven.”
Zeven: wat de geleerden van de salaf hiervan zeiden
De uitleg van de salaf is geen tweede bewijs naast de Koran, maar de uitleg van dezelfde tekst. Ibn Kathier legt bij deze verzen uit waar het wonder zit, en wat de tegenstanders wel en niet konden.
هذا بيان لإعجاز القرآن، وأنه لا يستطيع البشر أن يأتوا بمثله، ولا بعشر سور، ولا بسورة من مثله
“Dit is een uitleg van het wonder van de Koran: de mensheid is niet in staat iets gelijks voort te brengen, geen tien soera's en geen enkele soera.”
Tafsier Ibn Kathier, deel 4, blz. 268
وما ذاك إلا لأن كلام الرب لا يشبهه كلام الخلق أبدًا
“En dat komt alleen doordat het woord van de Heer in niets lijkt op het woord van de schepping.”
Tafsier Ibn Kathier, deel 2, blz. 45
ثم تحداهم إلى أن يأتوا بسورة من مثله فعجزوا
“Toen daagde Hij hen uit om één soera gelijk aan de zijne te brengen, en zij waren niet in staat.”
Tafsier Ibn Kathier, deel 1, blz. 20
Acht: hij spreekt over de schepping als teken, niet als leerboek
De Koran is geen boek met natuurwetenschap. Hij noemt de schepping als bewijs voor de Kennis van de Schepper. Twee voorbeelden, met de tekst zelf:
أَوَلَمْ يَرَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ أَنَّ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ كَانَتَا رَتْقًۭا فَفَتَقْنَٰهُمَا ۖ وَجَعَلْنَا مِنَ ٱلْمَآءِ كُلَّ شَىْءٍ حَىٍّ ۖ أَفَلَا يُؤْمِنُونَ
“Hebben degenen die ongelovig zijn dan niet gezien dat de hemelen en de aarde één geheel waren, waarna Wij ze scheidden? En Wij maakten uit water alles wat leeft. Willen zij dan niet geloven?”
وَٱلسَّمَآءَ بَنَيْنَٰهَا بِأَيْي۟دٍۢ وَإِنَّا لَمُوسِعُونَ
“En de hemel hebben Wij met kracht gebouwd, en voorwaar, Wij zijn degenen die ruimte maken.”
Wat een mens hiervan vindt, verandert de tekst niet. De Koran gebruikt deze tekens om één vraag te stellen: als dit alles niet toevallig is, wie heeft het dan gemaakt, en waarom zou Hij niets zeggen tegen de mens?
Negen: de schijnbare tegenstrijdigheid over de hemelen en de aarde
Twee bekende punten van twijfel. Het eerste: in soera Fussilat staan twee dagen voor de aarde, vier dagen voor wat daarop is en twee dagen voor de hemelen, samen acht, terwijl elders zes dagen worden genoemd. Het tweede: in de ene plaats lijkt de aarde eerst geschapen en in een andere plaats de hemel eerst.
De geleerden hebben dit onderzocht, en hun antwoord komt uit de tekst zelf. Ash-Shanqieti legt uit dat de vier dagen de twee al bevatten, zodat het totaal zes blijft.
ثم قال: (في أربعة أيام) أي في تتمة أربعة أيام، ثم قال: {فَقَضَاهُنَّ سَبْعَ سَمَاوَاتٍ فِي يَوْمَيْنِ}، فتضم اليومين إلى الأربعة السابقة، فيكون مجموع الأيام التي خلق فيها السماوات والأرض وما بينهما، ستة أيام. وهذا التفسير الذي ذكرنا في الآية لا يصح غيره بحال
“Toen zei Hij: ‘in vier dagen’, dat wil zeggen: in het restant van vier dagen. Daarna zei Hij: ‘toen bepaalde Hij ze tot zeven hemelen in twee dagen’. Zo worden de twee dagen bij de vier daarvoor gevoegd, en zijn de dagen waarin Hij de hemelen, de aarde en wat daartussen is schiep samen zes.”
Adwaa' al-Bayaan, deel 7, blz. 125
Het tweede punt lost hij op met de uitleg van Ibn Abbas: de aarde werd eerst geschapen, maar uitgespreid pas nadat de hemel was geschapen. En het woord “daarna” in soera an-Naazi'aat betekent daar “tezamen met”.
فأصل خلق الأرض قبل خلق السماء، ودحوها بجبالها وأشجارها ونحو ذلك بعد خلق السماء
“De oorsprong van de schepping van de aarde lag dus vóór de schepping van de hemel, en het uitspreiden ervan met haar bergen en bomen gebeurde na de schepping van de hemel.”
Daf' Iehaam al-Idtiraab, blz. 17
أن هذا الإشكال مرفوع من وجهين، كل منهما تدل عليه آية من القرآن: الأول: أن المراد بخلق ما في الأرض جميعًا قبل خلق السماء: الخلق اللغوي الذي هو التقدير، لا الخلق بالفعل
“Deze moeilijkheid wordt van twee kanten opgeheven, en op beide wijst een vers uit de Koran. Het eerste: met het scheppen van wat in de aarde is vóór de hemel wordt het scheppen in taalkundige zin bedoeld, namelijk het bepalen, niet het scheppen metterdaad.”
Daf' Iehaam al-Idtiraab, blz. 18
Tien: een embryoloog die de tekst zelf onderzocht
De Koran beschrijft de ontwikkeling van de mens in stadia. Een van die verzen noemt de druppel, het klontertje, het stukje vlees, de beenderen en het vlees daaromheen.
ثُمَّ خَلَقْنَا ٱلنُّطْفَةَ عَلَقَةًۭ فَخَلَقْنَا ٱلْعَلَقَةَ مُضْغَةًۭ فَخَلَقْنَا ٱلْمُضْغَةَ عِظَٰمًۭا فَكَسَوْنَا ٱلْعِظَٰمَ لَحْمًۭا ثُمَّ أَنشَأْنَٰهُ خَلْقًا ءَاخَرَ ۚ فَتَبَارَكَ ٱللَّهُ أَحْسَنُ ٱلْخَٰلِقِينَ
“Toen schiepen Wij de druppel tot een klonter, en de klonter tot een stukje vlees, en dat stukje vlees tot beenderen, en Wij bekleedden de beenderen met vlees. Daarna brachten Wij hem voort als een nieuwe schepping. Gezegend is Allah, de Beste van de scheppers.”
Professor Keith L. Moore, hoogleraar anatomie aan de Universiteit van Toronto, werkte drie jaar met de embryologie-commissie van de Koning Abdulaziz-universiteit in Jeddah. Hij schreef in het voorwoord van de editie van zijn leerboek waaraan die commissie meewerkte:
“At first I was astonished by the accuracy of the statements that were recorded in the 7th century AD, before the science of embryology was established.”
“Eerst was ik verbaasd over de nauwkeurigheid van de uitspraken die in de zevende eeuw na Christus zijn opgetekend, voordat de embryologie als wetenschap bestond.”
Keith L. Moore, voorwoord bij The Developing Human, 3rd edition, with Islamic Additions (Dar Al-Qiblah / W.B. Saunders, 1983), blz. viii. Zijn artikel “A Scientist’s Interpretation of References to Embryology in the Qur’an” verscheen in het Journal of the Islamic Medical Association.
Wat hij schreef is een getuigenis van een vakman, geen bewijs op zichzelf. Het bewijs blijft de tekst, en de vraag die zij stelt. Maar wie beweert dat niemand met kennis van zaken dit heeft onderzocht, kan dit voorwoord lezen.
Elf: de vlieg, en het scheppen van leven
Eén vers daagt alles wat naast Allah wordt aangeroepen uit met het kleinste schepsel: één vlieg. Zij zouden die niet kunnen scheppen, ook niet als zij zich daarvoor verenigden. En als de vlieg iets van hen wegneemt, kunnen zij het niet terugkrijgen.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ ضُرِبَ مَثَلٌۭ فَٱسْتَمِعُوا۟ لَهُۥٓ ۚ إِنَّ ٱلَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ لَن يَخْلُقُوا۟ ذُبَابًۭا وَلَوِ ٱجْتَمَعُوا۟ لَهُۥ ۖ وَإِن يَسْلُبْهُمُ ٱلذُّبَابُ شَيْـًۭٔا لَّا يَسْتَنقِذُوهُ مِنْهُ ۚ ضَعُفَ ٱلطَّالِبُ وَٱلْمَطْلُوبُ
“O mensen, een gelijkenis wordt aangevoerd, luistert ernaar: degenen die jullie naast Allah aanroepen, kunnen geen vlieg scheppen, ook al verenigden zij zich daarvoor. En als de vlieg iets van hen wegneemt, kunnen zij het hem niet ontnemen. Zwak is de zoeker en het gezochte.”
Het vers spreekt over afgoden en over alles wat naast Allah wordt aangebeden. De maat is bewust klein gekozen: niet een berg, niet een mens, maar een vlieg. Wie leven kan scheppen, schept ook een vlieg. Wie dat niet kan, heeft geen deel aan het scheppen.
Wie vandaag zegt dat de mens met machines leven of bewustzijn kan maken, valt onder dezelfde maat. Dat is onze vergelijking, niet een uitspraak van het vers over computers. Maar de vraag blijft dezelfde: heeft een gemaakt ding ooit leven gegeven aan iets buiten zichzelf? De Koran zegt: nee, en zij die het proberen zijn zwak.
Twaalf: wat is uitgekomen, en wat nog komen moet
De Koran kondigt dingen aan die de Profeet ﷺ niet kon regelen: de val van een tegenstander, de overwinning, de intocht. En hij noemt tekenen die nog komen.
Uitgekomen
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ تَبَّتْ يَدَآ أَبِى لَهَبٍۢ وَتَبَّ مَآ أَغْنَىٰ عَنْهُ مَالُهُۥ وَمَا كَسَبَ
“Moge de hand van Aboe Lahab vergaan, en moge hij vergaan. Zijn bezit en wat hij verwierf hebben hem niet gebaat.”
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ إِذَا جَآءَ نَصْرُ ٱللَّهِ وَٱلْفَتْحُ وَرَأَيْتَ ٱلنَّاسَ يَدْخُلُونَ فِى دِينِ ٱللَّهِ أَفْوَاجًۭا فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَٱسْتَغْفِرْهُ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ تَوَّابًۢا
“Wanneer de hulp van Allah komt en de overwinning, en jij de mensen in menigten ziet binnengaan in de godsdienst van Allah, prijs dan jouw Heer en vraag Hem om vergeving. Voorwaar, Hij is de Vergever.”
سَيُهْزَمُ ٱلْجَمْعُ وَيُوَلُّونَ ٱلدُّبُرَ
“De groep zal verslagen worden en zij zullen hun ruggen keren.”
De eerste twee kwamen uit in het leven van de Profeet ﷺ: Aboe Lahab stierf als tegenstander, en Mekka werd geopend waarna de mensen in menigten toetraden. Het derde vers wezen de geleerden op de slag bij Badr, waar de vijandelijke groep werd verslagen.
Wat nog komen moet
۞ وَإِذَا وَقَعَ ٱلْقَوْلُ عَلَيْهِمْ أَخْرَجْنَا لَهُمْ دَآبَّةًۭ مِّنَ ٱلْأَرْضِ تُكَلِّمُهُمْ أَنَّ ٱلنَّاسَ كَانُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا لَا يُوقِنُونَ
“En wanneer het woord over hen werkelijkheid wordt, brengen Wij hun een dier uit de aarde voort dat tot hen spreekt, omdat de mensen in Onze tekenen geen zekerheid hadden.”
وَإِنَّهُۥ لَعِلْمٌۭ لِّلسَّاعَةِ فَلَا تَمْتَرُنَّ بِهَا وَٱتَّبِعُونِ ۚ هَٰذَا صِرَٰطٌۭ مُّسْتَقِيمٌۭ
“En hij is een kennis van het Uur; twijfelt daarom niet eraan en volgt Mij. Dit is een recht pad.”
فَٱرْتَقِبْ يَوْمَ تَأْتِى ٱلسَّمَآءُ بِدُخَانٍۢ مُّبِينٍۢ
“Wacht daarom op de dag waarop de hemel een duidelijke rook brengt.”
حَتَّىٰٓ إِذَا فُتِحَتْ يَأْجُوجُ وَمَأْجُوجُ وَهُم مِّن كُلِّ حَدَبٍۢ يَنسِلُونَ
“Totdat Ya'joedj en Ma'joedj worden geopend, en zij van elke hoogte afstromen.”
Deze tekenen zijn niet uitgekomen en dat hoeft ook niet: de Koran plaatst ze bij het Uur. Wat wij weten is wat de tekst zegt, niet wanneer.
Dertien: toen de mensen van het boek Hem testten
De joden en christenen in Medina kenden de profeten en hun boeken. Sommigen kwamen niet om te luisteren, maar om te toetsen: met vragen waarvan zij meenden dat alleen een echte profeet ze kon beantwoorden. Een van hen was Abdallah ibn Salaam, een geleerde onder hen. Hij zei dat hij drie dingen zou vragen die alleen een profeet weet.
مَا أَوَّلُ أَشْرَاطِ السَّاعَةِ، وَمَا أَوَّلُ طَعَامٍ يَأْكُلُهُ أَهْلُ الْجَنَّةِ، وَمِنْ أَيِّ شَيْءٍ يَنْزِعُ الْوَلَدُ إِلَى أَبِيهِ، وَمِنْ أَيِّ شَيْءٍ يَنْزِعُ إِلَى أَخْوَالِهِ؟
“Wat is het eerste teken van het Uur, wat is het eerste voedsel dat de bewoners van het Paradijs eten, en waardoor lijkt een kind op zijn vader en waardoor op zijn ooms van moederskant?”
Sahieh al-Boekhaarie 3151 (deel 3, blz. 1211)
De Profeet ﷺ antwoordde dat Djibriel hem dat zojuist had verteld, en gaf op elk van de drie antwoord. Daarop getuigde Abdallah ibn Salaam dat hij de boodschapper van Allah is, en hij werd moslim.
Zo zijn er meer vragen geweest waarop het antwoord als openbaring kwam, niet als eigen kennis. Twee voorbeelden uit de Koran zelf:
وَيَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلرُّوحِ ۖ قُلِ ٱلرُّوحُ مِنْ أَمْرِ رَبِّى وَمَآ أُوتِيتُم مِّنَ ٱلْعِلْمِ إِلَّا قَلِيلًۭا
“En zij vragen jou over de ziel. Zeg: de ziel is van de zaak van mijn Heer, en jullie hebben maar weinig kennis gekregen.”
وَيَسْـَٔلُونَكَ عَن ذِى ٱلْقَرْنَيْنِ ۖ قُلْ سَأَتْلُوا۟ عَلَيْكُم مِّنْهُ ذِكْرًا
“En zij vragen jou over Dhoel-Qarnain. Zeg: ik zal jullie daarover een herinnering voordragen.”
Merk op wat er gebeurt: de vraag komt van buiten, het antwoord komt van boven. Wie deze vragen stelde om Hem te testen, kreeg geen algemeen verhaal maar een antwoord dat klopte met wat zij zelf kenden.
Wat dit van jou vraagt
De Koran vraagt geen sprong in het donker. Hij vraagt: lees, weeg, en toets de uitdaging die hij zelf stelt. Als dit boek van Allah is, dan is de vraag niet meer “waarom zou ik geloven”, maar “wat doe ik met wat ik nu weet”.
Begin bij de eerste soera, en lees met de uitleg van de geleerden van de salaf, zodat je de woorden begrijpt zoals de eerste generatie ze begreep.
Gebruikte verzen: al-Baqarah 2:23-24 · Hoed 11:13 · al-Israa 17:88 · an-Nisaa 4:82 · al-Hidjr 15:9 · Hoed 11:49 · Aal Imraan 3:44 · ar-Roem 30:2-5 · al-Fath 48:27 · al-Ankaboet 29:48 · al-Anbiyaa 21:30 · adh-Dhaariyaat 51:47 · Tafsier at-Tabarie 1/374 · Tafsier as-Sa'die 1/45 · Tafsier Ibn Kathier 1/20, 2/45 en 4/268 · Adwaa' al-Bayaan 7/125 · Daf' Iehaam al-Idtiraab 17-18 · al-Moe'minoen 23:14 · Moore, The Developing Human (3rd ed., Islamic Additions, 1983), voorwoord viii. De Arabische tekst is letterlijk overgenomen uit de eigen Korantekst van de site.
Lees verder: Is geloven in de Koran alleen genoeg? · Koran of hadieth?